Concertverslag: in de zoete koortjeshemel van Dirty Projectors
Dirty Projectors @ Melkweg. Foto: Remco Brinkhuis
Ietwat betoverd kijkend naar een magnifiek optreden van het New Yorkse Dirty Projectors in de Melkweg, schiet de volgende gedachte te binnen: veel meer bands zouden hun liedjes vol mogen proppen met heerlijke oooh- en aaah-koortjes afkomstig van drie fabelachtig zingende meisjes. Mogen? Moeten!
Maar bij deze buitengewoon knappe band van muzikaal buitenbeentje David Longstreth hebben we het natuurlijk al niet over gangbare popliedjes volgens het boekje. Zelfs al heeft hij op het jongste, prachtige Dirty Projectors-album Swing Lo Magellan van afgelopen zomer meer dan ooit mooie melodieën en afgeronde liedjes voorrang gegeven boven de vroegere dwarse experimenten van zijn band. We noemen een intregale coverplaat van Black Flag’s Damaged (!). Dus komt ook dit optreden in Amsterdam het dichtst ooit in de buurt van een heus ‘popconcert’, maar vergis je niet: het Dirty Projectors-liedje dat qua instrumentatie helemaal via de gebaande paden verloopt, moet Longstreth nog schrijven. En daar is hij te eigenzinnig voor.
Zo met zijn zessen op het podium – drie heren, drie dames - wordt nog eens dubbel en dwars duidelijk hoe ingenieus, precies en knap die nieuwste liedjes van Longstreth in elkaar steken, geholpen door de wonderlijke dingen die zich voor je neus op het podium afspelen. Het optreden bestaat volledig uit werk van vanaf 2009 en later: nagenoeg heel Swing Lo Magellan komt voorbij, plus de beste nummers van voorganger Bitte Orca en twee hoogtepunten van de samenwerking met Björk die hierop volgde: Mount Wittenberg Orca. Leg maar eens uit hoe dat klinkt, met dat eigen geluid dat Dirty Projectors door de jaren heen heeft uitgedacht. Melodieus knappe liedjes in ieder geval, vaak op een basis van door Afrikaanse muziek beïnvloedde ritmes en gitaarpartijen (zie ook tUnE-yArDs). Boordevol percussie ook, vreemde synthgeluiden en handclaps, met soms dwarse interventies die een liedje diverse kanten opsturen.
En die alles bepalende vocalen van de drie zangeressen dus. Het valt bij de mooi sobere start van het optreden met het titelnummer van die laatste plaat direct op dat Longstreth zijn wat onvaste zang uit het verleden sterk heeft verbeterd – voor sommige mensen was zijn wat nerveuze stem een struikelblok. Maar het zijn kortom de drie dames om hem heen die op vocaal gebied de show stelen. De drie zoete, als die van Sirenes zo aanlokkelijke stemmen van gitariste Amber Coffman, Haley Dekle (percussie en elektronische drumpads) en toetseniste Olga Bell passen al fantastisch bij elkaar en hun stroom aan koortjes blinkt uit in timing en precisie.
Ze blinken met zijn drieën uit in het met klepperende percussie versierde About To Die – die steeds herhaalde regel klinkt zo onwaarschijnlijk vrolijk – en gitaarloze single Gun Has No Trigger. Samenzang die de artpop van deze New Yorkers precies die sprankelende, levendige glans geeft die voorkomt dat de muziek ook maar zou kunnen verzanden in academisch geneuzel. Ja, toch heel even in het trage Maybe That Was It. Ook op plaat geen hoogtepunt, waarin de gitaren opzettelijk vals feedbacken en drummer en bassist opzettelijk langs de trage maat lijken te spelen. Wat ze knap consequent doen, daar niet van, maar al met al is dit niet het beste moment van het concert. Daar hadden ook wat koortjes niet geholpen.
Hoogtepunten daarentegen: See What She Seeing, waarin de dreunende, door Dekle voortgebrachte beat vreemd wordt doorsneden door drukke percussie op elektronische toms door drummer Mike Johnson. Met de plaatversie van Swing Lo Magellan in het hoofd leek het bijna ondenkbaar dat één drummer dit zo spelen, toch gebeurt het waar je bij staat. Net zo verbluffend: de razendsnelle, onorthodoxe koortjes in het door handclaps voortgedreven Beautiful Mother (uit de samenwerking met Björk), meer handclaps in het ontroerende Dance For You en het alle kanten opvliegende Useful Chamber, waarin Longstreth zijn regels ‘Bitte orca, orca bitte’ over een bak psychedelisch lawaai uitspuwt, afgewisseld met rustpunten voor die driestemmige engelenvocalen.
Coffman neemt glansrijk de hoofdrol op zich in het speels swingende The Socialites. Ze blijft hier nog wat verlegen halverwege het podium hangen, maar dat maakt ze goed met Bitte Orca-culthit Stillness Is The Move, een vol percussie zittende r&b-kraker waarin elke uithaal die ze eruit perst met juichend applaus wordt onthaald. Jawel, de oude zaal van de Melkweg is onder de indruk en wordt naar huis gestuurd met het rustig wiegende Impregnable Question, het eerlijkste liefdesliedje dat Longstreth ooit schreef, voor de vrouw die naast hem op het podium staat bovendien.
Het moet voor Coffman net zo’n voorrecht zijn om dat liedje avond aan avond te horen en mee te zingen (“You’re my love and I want you in my life”), als het voor ons, het publiek, een voorrecht is om zo’n creatieve band zo’n goed en klaterend optreden te zien geven. Met veel plezier en onderlinge chemie bovendien. Mogen hier de volgende keer nog meer mensen getuige van zijn?
Gezien: Dirty Projectors, 23 oktober, Melkweg (oude zaal), Amsterdam. Foto's: Remco Brinkhuis
Setlist:
Swing Lo Magellan
Offspring Are Blank
The Socialites
Cannibal Resource
Wittenberg III
See What She Seeing
No Intention
About to Die
Just From Chevron
Maybe That Was It
Beautiful Mother
Gun Has No Trigger
Useful Chamber
Encore:
Dance for You
Stillness Is The Move
Impregnable Question
She What She Seeing, live in Brooklyn


