Review: Flying Lotus - Until The Quiet Comes
Marc Puyol-Hennin is namens de Belgische vrienden van Skyline Reviews geheel terecht uitzinnig over het nieuwe Flying Lotus-meesterwerk Until The Quiet Comes. En deelt ook graag met u en ons waarom.
Hij is er dan eindelijk: dé plaat waar we in 2012 collectief verliefd op kunnen worden. Turn on The Bright Lights (ondertussen tien jaar oud), Let England Shake en Age of Adz, het zijn enkele werken die het jaar waarin ze werden uitgebracht muzikaal hebben getekend. De kans is vrij groot dat deze rol anno 2012 door een elektronisch album zal worden vervuld. En wàt voor een album. Een eerste tip: beluister Until the Quiet Comes een tiental keren voor je zelf conclusies trekt. Zelden werd immers zoveel muzikale informatie geperst in slechts drie kwartier tijd, en dus kan het al gauw zoeken worden naar de draad van dit album. Maar die is er zeker, zij het in een vorm die we de laatste jaren niet meer zo gewoon waren: een muzikale trip. Inderdaad, alles kunnende producer uit Los Angeles Steven Ellison beter bekend als Flying Lotus neemt je mee op reis door zijn brede waaier van invloeden.
Dat kan met een Coltrane als ver familielid al moeilijk fout lopen, terwijl alles wat hij in de afgelopen jaren deed vooral nog eens knap samenkomt op de eerste helft van Until The Quiet Comes. Van het prille begin op demo July Heat (zie het korte If you wanna), de 8-bit inloeden van de eerdere EP Pattern+Grid World (terug te horen op Sultan’s Request of Putty Boy Strut) tot de meer gekende stijl van Lotus’ sound vol jazzy invloeden die we op succesalbums Los Angeles en Cosmogramma al konden horen: alles komt langs.
Until the Quiet Comes wordt in de geest van zo’n muzikale trip gekenmerkt door naadloze overgangen tussen de achttien nummers. Waar de eerste tracks nog in functie staan van exploratie en afwisseling, ontstaat er rond de gastrol van Eriykah Badu in See Thru to U een merkwaardige fusie waarin alles naar een hoger plan wordt getild. De briljant geplaatste drumkicks (J Dilla, iemand?) in àlle beats, maar met name tijdens het titelnummer, vervangen bij vlagen moeiteloos de werking van een drugsroes.
Alsof dat nog niet genoeg is, doen er bescheiden genieën als Thundercat en Austin Peralta mee op dit album. Zij zorgen ervoor dat je even terug gekatapulteerd wordt naar de meest aangename sferen uit de jaren zeventig – een zegen in deze onzekere crisistijden – vooraleer je door FlyLo zelf terug uit die roes wordt gehaald met wat een archetypisch nummer is voor hem: The Nightcaller. De betere clubmuziek in perfecte harmonie met vintage psychedelische soul en de meest geraffineerde hiphopbeats? Neen, je droomt nog steeds niet.
Er is zelfs ruimte voor een hoogtepunt onder de hoogtepunten, wanneer Thom Yorke - wie anders - even langskomt in de track Electric Candyman. Niet Yorke’s beste bijdrage ooit en wat verstopt bovendien, maar ongetwijfeld toch het meest verslavende nummer op Until The Quiet Comes, waarbij Flying Lotus maar al te graag over de plas kijkt richting de betere 2-step en UK garage. De wat donkerder klank van FlyLo’s vroege periode biedt de perfecte afbouw voor deze korte en hevige reis langs beats, emoties en smaken. Maar niet voordat hij nog even met een van de slotstukken – me Yesterday//Corded is meteen de langste track op de plaat –, een ideale setafsluiter op je afvuurt die is volgestouwd met herkenbare synthesizer-uithalen en effectjes.
Until the Quiet Comes is ondanks de vele gastrollen kortom vooral een magnum opus van Ellison zélf, die nog altijd dertig moet worden. De enige vraag die hem nu rest is wat er überhaupt nog kan volgen na deze release, een album dat misschien wel naast klassiekers als Trans-Europe Express of Bitches Brew mag komen te staan. We overdrijven heus niet, dit is een instant classic.
Flying Lotus speelt op woensdag 7 november een set in de Amsterdamse Paradiso. Lees meer recensies in de Triple AAA-list of als Short Kicks.


