concertverslag, nieuws

Tilburgs Incubate trekt je subiet uit je comfort zone

Joris, Maandag 17 09 2012, 13:01

Tilburgs Incubate trekt je subiet uit je comfort zone

Mogwai (Foto: Joris Rietbroek)

Het territorium steeds verder vergroten, gestaag doorgroeien, maar intussen wel een volstrekt eigenzinnige koers blijven varen. Een stronteigenwijze koers zelfs. Ga daar maar eens aan staan, maar het zevendaagse Tilburgse festival Incubate heeft het ‘m de hele afgelopen week met verve geflikt. Een festival dat sinds zeven jaar bestaat en er altijd al een sport van maakte om in elke hoek van Tilburg zoveel mogelijk obscuurdere bands in alle genres neer te zetten, voor nogal uiteenlopende, soms heel specifieke publieken.

Met jaarlijks toenemend succes en meer toeschouwers, zodat het dit jaar zowaar mogelijk bleek om grote namen als Yann Tiersen, Mogwai, Laibach en als afsluiter de krasse knarren van Buzzcocks neer te zetten in de grootste popzaal van de stad: 013. Deze stap, plus een verder uitgekiend programma met werkelijk van alles wat, is ruimschoots beloond: Incubate zag grofweg twee keer zoveel betalende bezoekers op zich af komen als vorig jaar: circa 15.000 mensen.

Die konden op de grootste editie tot nu toe ruim 300 muziekacts, kunstenaars en sprekers aan het werk zien, op een stadsfestival dat als trots motto nog altijd ‘Independent Culture’ draagt. Niet enkel independent music dus – dat zou een beperking zijn – want je zou je op Incubate ook dagen kunnen onderdompelen in een gevarieerd filmprogramma. Verder is het grote kunstproject Inside Out zichtbaar op diverse plekken in de stad met honderden foto's van Tilburgse moeders en er is meer kunst te zien van tientallen lokale talenten op de zogenoemde Open Source Expo in de Koepelhal. Die we nota bene gemist hebben. Vanwege de véle te checken muziek en de jaarlijkse Do It Yourself-conference, die op vrijdag een lang Incubate-weekend voor uw Kicking the Habit-scribenten inleidde.

Met een keynote speech van de Britse popjournalist Simon Reynolds om precies te zijn, tevens auteur van boeken over postpunk (Rip It Up And Start Again), rave (Energy Flash) en de continue hang naar vervlogen tijden die de huidige popmuziek volgens hem beheerst (Retromania). Zijn kijk op het gerespecteerde begrip DIY is doordrenkt met verfrissende gemengde gevoelens. Voor muzikanten is het uiteraard in dit internettijdperk veel makkelijker geworden om zelf muziek te maken en via Bandcamp of Soundcloud met de wereld te delen. En honderden, zo niet duizenden makers van websites en blogs – vroeger waren er nog fanzines die veel meer energie kostten om te maken - zitten gretig klaar om al die nieuwe muziek te ontdekken. Overdaad hoeft niet direct te schaden, betoogt Reynolds, maar zo'n gigantisch aanbod kan toch nadelig en lastig te doorgronden zijn. Er is sprake van een 'excess of access', betoogt hij. "Het mooie van DIY anno nu is dat er geen grenzen meer zijn. Het nadeel ervan is dat... er geen grenzen meer zijn." Wat niet wegneemt dat de Do It Yourself-mentaliteit in de muziek alleen maar belangrijker zal worden. "Muzikanten moeten wel, zeker in een tijd waarin platenlabels zich vooral nog focussen op hun melkkoeien, hun blockbusters."

Heel wat wijzer geworden horen we Schotse vriend Aidan Moffat en wederom Reynolds nog iets vertellen over de waarde van avant garde-muziek, echter zonder dat hier echt discussie over ontstaat – en zijn we getuige van een ongemakkelijk, weinigzeggend interview met ex-Can-kernlid Damo Suzuki, die tijdens Incubate meerdere optredens geeft met plaatselijke muzikanten en andere acts op het festival, zoals enkele Mogwai-leden op vrijdagavond.

Wat we domweg niet gezien hebben vanwege dat overweldigende aanbod op de lange festivalavonden in het weekend, als Tilburg er nota bene al vier iets soberder Incubate-avonden op heeft zitten. De start met een van de vele rammelgarage- en powerpopbands die het festival telt is aardig dankzij Virals - vier jongens die nog wat onwennig op het podium staan - , maar een vroeg hoogtepunt is er in de kleine zaal van 013 dankzij Black Dice (foto). Het trio foltert op de meest zalige manier de oren met compleet geflipte analoge elektronica en wat gitaarnoise, met toch aanstekelijke grooves. Dit op een krankzinnig volume, geschreeuwde vocalen en een gezonde punk-attitude. Met behulp van dit alles wordt je pardoes het eigen wereldje van deze geflipte vrienden van Animal Collective ingezogen.

Na deze trip is het tijd voor rondjes lopen langs de verschillende zalen en deelnemende cafés en ontdek je alweer snel wat Incubate zo'n bijzonder festival maakt: er zijn acts in diverse (extremere) stijlen en smaken te ontdekken, vaak genoeg buiten de comfort zone van een op indie en liedjes gericht webzine als Kicking the Habit, maar evengoed boeiend. Zouden we ooit een los concert van de in bepaalde kringen vermaarde gothband Fields of Nephilim bezoeken? Neen, maar het is mooi om te zien hoe een vol 013 totaal gevangen is door de loodzware sound van deze ervaren rotten (anno 1984).

Met deze en andere bands vind je een beetje Summer Darkness op Incubate dus,  kort door de bocht gesteld, maar je treft er evengoed flarden Roadburn. Middels de ultralogge riffs en drumklappen van het Britse sludgetrio Conan bijvoorbeeld, door de Roadburn-bezoekers ontvangen als een van de hoogtepunten van afgelopen editie van dat festival. Een totaal gebrek aan dynamiek ten gunste van één hoog doorzuigend volume maakt zo'n optreden op den duur eentonig, maar dan loop je gewoon even een trapje op naar zolderpodium Stage01. Alwaar je de deur opent en het razende geluid van 100 schuurmachines in een fabriekshal je tegemoet waait: de extreme noise van Consumer Electronics tart alle sonische wetten. Zo'n act voor echte fanaten is slim tegenover de Fransman Yann Tiersen geprogrammeerd, die in de grote zaal niet verder komt dan een degelijk optreden. Zonder publieksfavorieten van zijn Amélie-soundtrack, maar met stapels keyboards, progrock-achtige uitspattingen en veel vocoderzang. 

Een voor Incubate wel heel grote naam op dezelfde avond is Mogwai (foto boven): de nota bene headlinende Schotten trakteren de goed volle grote zaal van 013 op een verrassend uitgebalanceerd concert. Uitgebalanceerd en goed uitgedacht, ja heus. Als je ze twaalf jaar geleden had verteld dat ze nog eens zo'n concert zouden geven, hadden ze je in je gezicht uitgelachen. Alle vormen die de Schotse postrockkeizers door de jaren heen hebben aangenomen, komen in anderhalf uur op het vertrouwde hoge volume bij. Er zijn de trage, minimalere brokken postrock uit de begintijd, zoals May Nothing But Happiness Come Trough Your Door van album Come On Die Young of een subliem uitgevoerd, slepend Halicon, waarin de gitaarlawaaimuren je op den duur een fysieke ervaring bezorgen.

Stukken die slim worden afgewisseld met iets luchtiger materiaal waarin de schoonheid voorop staat (2 Rights Make 1 Wrong) of een genadeloos noiserockmonster als Batcat. Toch knap: afgezet tegen zo’n eerder genoemd Consumer Elektronics maakt Mogwai bijna vrolijke popliedjes, maar nog altijd vormen de uitgesponnen instrumentals van de Schotten niet de toegankelijkste muziek. Incubate bereikt echter een publiek van zeker 1500 tot 2000 man dat in 013 van begin tot eind ademloos naar Mogwai staat te luisteren, al dan niet langdurig met de vingers in de oren. Hulde hiervoor.

Natuurlijk: regelrechte tegenvallers zijn er over zo'n weekend ook wel. Er werd het nodige verwacht van het Ierse Thread Pulls, een soort tweemansversie van Liars. De kale no wave klinkt echter geen moment gevaarlijk en staat te zacht in café Cul de Sac; alleen de inventieve patronen van de drummer houden het nog wat interessant. New wave- en shoegazeband Crocodiles uit San Diego staat mooi geprogrammeerd in de theaterzaal van De NWE Vorst, maar wil alle instrumenten zo hard mogelijk hebben zodat de zaalmix verzuipt in galm en er van de toch behoorlijke liedjes die de band weldegelijk heeft geen spaander overblijft. En zwijg van de gezette drummer in een wit hemdje met zijn wiebelende men boobs... Yikes!

Getipt aan ons was de Belgische lo-fi rammelpop van Joe Speedboat, maar rammelen staat hier toch meer gelijk aan ‘echt nog niet goed kunnen spelen’. Geen Belgische belofte dus. Ook de jonge rammelpunkers van Fawn Spots uit York – getekend op het label Louder Than War van oude punkrot John Robb – kunnen nog wat vlieguren in het oefenhok gebruiken. Hun drummer mist heel wat klappen, de stem van de zanger slaat voortdurend over op de minder goede manier, maar toch: enkele aanzetten tot catchy liedjes met wat verrassende wendingen heeft deze band die tot voor kort nog nooit buiten York had gespeeld al wel.

Maar laten we het vooral nog over een zéér sterke slotdag hebben. Na het afdansen op niet geringe namen uit de dance als Nathan Fake (creatieve technoset gehoord) en Moodyman, belooft met name de slotdag van Incubate een wel heel sterke te worden, met alleen al British Sea Power, Reigning Sound, The Men en Japandroids op het programma. Een stevige start is er in de middag in café Cul de Sac, waar het Amerikaanse trio Buildings de vroegkomers trakteert op een meer dan degelijke set bij vlagen furieuze mathrock, vol slimme tempowisselingen en energie. Het is opvallend dat de microfoon van de zanger zo laag staat, want zo lijkt hij schuchter naar de grond in plaats van naar zijn publiek te zingen. Maar dat is iets voor later. Check Bandcamp.

Een momentje van ontroering op de vroege zondag? Ja echt, de op leeftijd zijnde Simeon Coxe (ergens in de 70!) laat als Silver Apples een dwarsdoorsnede van het vijf decennia omvattende oeuvre van deze elektronica- en technogrondleggers horen (al actief in de jaren zestig!) plus heel nieuw materiaal dat minstens zo mooi en opgetogen klinkt. Donkere techno-achtige muziek versmelt hij met luchtige ‘de paden op, de lanen in’-melodietjes, zingend over ‘purple eggs in a ukelele bush.’ Prachtig om te zien én te horen, en heel vrolijk makend bovendien, deze even korte als essentiële geschiedenisles.

Wat we verder zien op de Incubate-zondag? Gitaren, véél gitaren. In de middag valt het tot op heden totaal onbekende PAWS uit Schotland nog op, met sterke, fuzzy indierockliedjes vol slimme gitaarriffs die steeds bekend voorkomen. Maar wáár ze dan uit gejat zouden moeten zijn? Het is niet te zeggen. Knap dus. Net zo leuk: eenmansgarageact Mark Sultan, ook bekend als ‘de BBQ’ uit de King Khan and BBQ Show. Zit op een stoel, fanatiek zelf drummend en gitaarspelend met genoeg goede nummers. Vervolgens vallen we in het ene goede tot héél goede optreden na het andere. British Sea Power (foto) uit Brighton gaat al wat jaren mee en wilde in het verleden het publiek wel eens vanaf de eerste seconde platwalsen met gitaarstormen. Niet vandaag: de band trapt de set juist vrij ingetogen en stemmig af met enkele rustiger, warmere liedjes uit het oeuvre, geheel volgens de lazy sunday sfeer die in de zaal hangt. De Britten worden tegenwoord aangevuld door een vaardige violiste die het bandgeluid ook nog eens verrijkt met een goede tweede stem. Pas halverwege komen de intensere songs met die sturm und drang-mentaliteit aan bod, met Fear of Drowning als hoogtepunt.

Het is vervolgens doorrennen om niets te missen van Reigning Sound (foto), vermaarde garageband van Greg Cartwright, die vroeger de wereld tot een onveiliger plek maakte met de punkbands Oblivians en Compulsive Gamblers. De linkshandige gitarist met door de jaren heen mooi rauwer geworden strot laat het in 013 nog maar eens horen: hij heeft alleen maar sterke, tijdloze garageliedjes geschreven, waarvan er bij dit optreden opvallend veel afkomstig zijn van de fantastische plaat Too Much Guitar! uit 2005. Dat is beslist genieten, maar het mag wel gezegd: op bijvoorbeeld dat album klinkt Reigning Sound vele malen gemener en vuiger dan bij dit toch wat tam klinkende optreden, waarbij de toetsenman op leeftijd nota bene van bladmuziek leest.

Dat valt helemaal op als punkband The Men hierna drie kwartier lang van begin tot eind in overdrive gaat. Punk? Eigenwijze punkrock soms wel, met gitaarlawaai dat soms minuten lang mag dooretteren, ook in een wat lager tempo. Maar genoeg goede meeschreeuwmelodieën hebben deze hyperactieve New Yorkers ook voor de hand, wat ook goed te horen is op hun killerplaat Open Your Heart. In de meest kritische toestand zagen we even een ruil voor ons: Reigning Sound had wat extra energie uit de overlopende emmer van The Men mogen pakken; The Men nog twee net wat betere liedjes van Greg Cartwright. Had je twee optredens met als eindcijfer 9 gehad. Nu twee dikke achten. Nog steeds mooi, en dan hebben we eigenlijk een hekel aan cijfers geven.

Ach ja, de hattrick is compleet met Canadees duo Japandroids, dat de kleine zaal van 013 binnen de korste keren fanatiek laat moshen op hun opgetogen punkrocksongs met dat enórme gitaargeluid uit zowel een gitaar- als een basversterker. Tientallen vuisten gaan de lucht in bij dat oh-oh-oh-refrein van The House That Heaven Built, te vinden op nieuwe plaat Celebration Rock. de positieve energie wordt versterkt door gitarist Bryan die na elk verwoestend nummer als bedankje even blij z’n hand opsteekt naar het publiek. En als je tussen de crowdsurfers ook Incubate-organisatoren langs ziet vliegen, weet je dat het goed is. Het zijn optredens die een Sloveens Laibach in de grote zaal doen verbleken. Het is even amusant om te zien en te horen, die dwingend marcherende, Duitstalige dansmuziek die perfect is afgestemd op de lichtshow. Maar de begeleidende beelden van de film Iron Sky over de Nazi’s die letterlijk naar de maan gaan zijn anno 2012 echt niet shockerend. Hooguit een tikkie lachwekkend. Maar ‘tanz mit Laibach’ is de leus, dus doen we dat maar.

Doch niet te lang, want dan was er een laatste verwoestend hoogtepunt in de kleine bovenzaal van 013 aan ons voorbij gegaan: de noise annex spacerock van de al in de jaren tachtig opgerichte Engelse band The Telescopes, een van de eerste bands op Creation Records. Geen noiseliedjes hier, maar uitgesponnen sfeerschetsen op drie gitaren, bas en drums, met hier en daar compromisloos harde uithalen. Hoog tijd voor dus voor (her)ontdekking van het Telescopes-oeuvre van de afgelopen tien jaar, dat zo’n vier albums telt. Want hier beven we nog van na.

Als je nog vol gespoten met de adrenaline veroorzaakt door The Men en Japandroids vervolgens gaat kijken naar Buzzcocks, blijkt dat helaas toch een wat lullige, futloze vertoning te zijn. Het is een nobel streven van de organisatie om zeven dagen stadsfestival af te sluiten met een legende uit het verleden die zoveel van de bands op het programma moet hebben beïnvloed, maar net als met The Fall vorig jaar levert het wederom beslist geen memorabel optreden op. Een grijzende man ‘orgasm addict’ horen zingen? Neen, bedankt. Dan waren alleen al The Membranes enkele avonden eerder veel gevaarlijker en amusanter om eens mee te maken, met oude punker John Robb - tegenwoordig labelbaas en muziekjournalist - in een verrassend gevaarlijk ogende rol als frontman en met een boel gemenere punksongs, al waren dat nooit hits.

Maar enfin, wát een marathon was het weer in Tilburg. Tot besluit dan nog een laatste mooi ding uit dit weekend: naar welk optreden je ook gaat op Incubate, je loopt altijd kans om een van de programmeurs of andere medewerkers van Incubate tegen te komen, overal rondneuzend hoe hun bands ontvangen worden. Dat verdient niets dan lof; hopelijk blijven ze daar ook op hun komende edities tijd voor houden.

, , , , , ,

Momentje, de reacties worden opgehaald...

Reageer
Je reageert op ..
Van




Inhoud