Het grote Into The Great Wide Open 2012-verslag
Zou de organisatie van Vlielands festival Into The Great Wide Open ooit nog eens een creatief ideetje uitvoeren dat niét in de smaak valt bij het gemengde publiek op het eiland? Daar is voorlopig geen sprake van: de wel heel mooie nieuwigheid van deze vierde, binnen de kortste keren uitverkochte aflevering is een sober en mooi opgebouwd, met het vertrouwde hout afgewerkt podium op het Vlielandse Vuurboetsduin, of in de Blikspuutkuul om precies te zijn.
Een zeldzaam mooi gelegen podium ook: wie het hoogste duin van Nederland beklimt om er te komen, wordt al langs de vuurtoren wandelend beloond met een prachtig uitzicht over het dorp Oost-Vlieland en de Waddenzee. En dan zie je eenmaal boven aangekomen, van tussen enkele kraampjes van hout en golfplaten in, het podium liggen. Net beneden in de kuil en omgeven door bomen. Zoiets nieuws en moois staat natuurlijk snel garant voor een populaire, drukbezochte plek, die aan het begin van het festival wordt geopend door de Noor die onderhand een vaste gast mag heten: King of Convenience en Whitest Boy Alive Erlend Øye.
Die is zo verzot geraakt op Vlieland na zijn optredens met de genoemde bands, dat hij nu weer het hele weekend had vrijgehouden om naar het eiland te komen. Zijn opening van het Vuurboetsduinpodium bestaat uit een geschiedenisles vol evergreens, van Bob Dylan's Don't Think Twice, It's Allright tot een folky uitvoering van R. Kelly's Ignition ("Bounce, bounce, bounce, bounce..."). Dat Øye soms ronduit houterig tot vals zingt deert bijna niemand (bíjna), maar zijn songkeuze en zo opzettelijk lullig gebrachte anekdotes vallen bij velen goed in de smaak. Dat geldt ook voor zijn samenwerking met IJslandse reggaeband (!) Hjalmar. Volgens de laatste geruchten deed 'ie ook aan skinny dippen in zee (onbevestigd, waren we niet bij...).
Zeiden we daar een populaire plek? Op zaterdagmiddag willen zoveel nieuwsgierige bezoekers een kijkje komen nemen dat de locatie voor 'vol' wordt verklaard en flink wat mensen lang moeten wachten voor de ingang. Dat is dan weer het nadeel van zo'n mooi, nieuw initiatief en een rap uitverkocht festival, binnen enkele jaren dankzij bezoekers van het eerste uur en effectieve mond-tot-mond-reclame razendpopulair geworden. Niet zo gek: dit eilandfestival kan niet verder groeien dan ruim 5000 bezoekers (zover reiken bootcapaciteiten en accommodaties op het eiland) en die kleinschaligheid bevalt véél verschillende soorten publiek (van jong tot yup) nu eenmaal goed.

Die drukte op dat nieuwe podium is wel bijzonder goed voor twee in deze kolommen vooraf getipte, uiteenlopende bands die op deze plek ieder op hun eigen manier uitgroeien tot hoogtepunten. Te beginnen met de overdonderende, verrassend stevig rockende funk- en soulshow van Adrian Younge en zijn band Venice Dawn. Younge's album Somerhing About April van afgelopen voorjaar klinkt juist vrij subtiel, live krijgt de op eind jaren zestig geschoeide, soms filmische soulmuziek heftige dosissen funk mee en rocken deze vijf steengoede muzikanten plus een uitstekende zanger hárd. Muzikale krachtpatserij met een voelbare dynamiek tussen de bandleden, die geweldig werkt.
Multi-instrumentalist Younge zelf toont zich heel bekwaam op bas, orgel en dwarsfluit, terwijl enkele doorgewinterde gitaristen en een geweldige drummer voor onvervalst vuurwerk zorgen. Ze ogen ook cool, dit bonte gezelschap van twee blanken, twee Afro-Amerikanen en twee Mexicanen in hun grijze pakken en roze of witte blousen, met een gitaar en fluit spelende Jack Black look-a-like op links. De met zijn dreads en bril al net zo cool ogende Young ontpopt zich ook nog eens tot een sympathieke, goedgemutste bandleider, die de steeds enthousiastere toeschouwers uitgebreid bedankt, ook door bossen bloemen in het publiek te gooien. Deze man heeft op een middag heel veel vrienden gemaakt; dit optreden moet met een beetje mond-tot-mondreclame wel veel meer Nederlandse aandacht opleveren.

Wat ook geldt voor het totaal niet met deze band vergelijkbare Daughter, dat hierna op hetzelfde duinpodium speelt. Een volledig debuutalbum van dit Londense trio onder leiding van zangeres Elena Tonra moet nog uitkomen op 4AD, maar nu al luistert het publiek ademloos toe naar de in aanleg lievige, zacht gezongen gitaarliedjes die soms venijnig worden verstoort door dissonante gitaren, al dan niet bespeeld met de strijkstok, afgekeken van Sigur Rós. Het trio oogt nog wat schuchter en onwennig voor zo'n groot publiek, slechts een paar uur slaap maakt de bandleden niet te spraakzaam, maar de muziek is nu al meer dan veelbelovend. Jammer dat de set zo kort was.
Met zo'n nieuw podium bij de vuurtoren aan de andere kant van het dorp Oost-Vlieland, plus het kunstproject Slibstream (met oa. muziek door windinstrumenten, aardewerk, gastoptredens van oa. Spinvis) in weer een andere uithoek op het strand, is het eiland niet eerder zo volledig benut voor het hele festival. Om vanalles een graantje mee te pikken is een fiets praktisch onmisbaar. Zodoende kom je niet enkel meer tussen camping Stortemelk, het sportveld met hoofdpodium en het nabij gelegen Naar Buiten-podium in het bos festivalgangers tegen, maar overal op Vlieland. Het zorgt ervoor dat Into The Great Wide Open dit jaar weer een stuk levendiger is geworden dan het al was.
Dat komt ook doordat er meer dan ooit diverse spontane optredens en sessies op allerlei plekken worden gespeeld, van het cranberryveldje naast de camping (Case Mayfield) tot in de Vlielandse haven bij rederij Doeksen, waar Alt-J opduikt. Of er is opeens muziek bij een van de in het donker te bezoeken kunstwerken - veelal knappe spelen met licht en boomrijke omgeving -, door de Utrechtse Bluegrass Boogiemen met Marike Jager en Tim Knol bijvoorbeeld. Meer spontane verrassingen door muzikanten (en kunstenaars) op elke hoek van het kleine eiland dus, en dan is er nog het kleine podium de Platte Kar op het sportveld tegenover het hoofdpodium, bedoeld voor kleinere, extra sets van bands uit het programma of voor een enkele spannende samenwerking. Met als leukste voorbeeld Franz Ferdinand-voorman Alex Kapranos die zich vrijdagmiddag bij de Rotterdammers van Rats on Rafts voegt om mee te spelen op een spinnijdige versie van Jazz (fotootje links).
Spannender dan de Franz Ferdinand-show zelf eigenlijk, later op de avond. Al tijden bezig met nieuw werk, starten de vier Schotten vrijdagavond nogal futloos, rommelig en met een dof, blikkerig geluid met No You Girls, The Dark Of The Matinee en Tell Her Tonight. Nog altijd goede liedjes, maar het venijn is eruit. Enkele nieuwe nummers bevatten precies nul catchy refreintjes, koortjes of hooks en slaan voor het massaal opgedraven publiek nog geen deuk in een verwarmd pakje boter. In de tweede helft herpakken de vrolijke Franzen zich nog iets met massaal-meespring-moment Take Me Out, Ulysses en een intermezzo'tje met Donna Summer's I Feel Love, maar dat was dan ook het enige vuurwerk. Wie gelooft er nog in een komende, echt goede Franz Ferdinand-plaat? Deze band lijkt z'n langste tijd toch echt te hebben gehad.
Nu we toch bezig zijn, is het handig er even wat andere dompers van het weekend doorheen te jagen. Negeren kan niet altijd, en je kunt ze maar gehad hebben, niet waar? De armoedige, uit alle hoeken bij elkaar gejatte reggae-feestpop van Will and the People, plus dat ontzettende oprekken van hit Lion In The Morning Sun, hadden we na Pinkpop en Lowlands op dit festival echt als kiespijn kunnen missen. Evenals het typische, vreselijk voorspelbare North Sea Jazz-gekabbel van Gregory Porter en zijn band. Charismatische performer of niet, en ideaal tijdstip voor dit genre muziek - zondagmiddag 12.00 uur - of niet. Zulke mindere momenten hebben een voordeel: je hebt alle tijd om het culinaire aanbod te verkennen. Er staan misschien zelfs wel heel veel eettentjes op het terrein dit jaar, tot dichtbij het hoofdpodium (we zijn officieel niet op een culinair festival?) Met verse vis, oesters en mosselen, maar ook Texelse lammetjes aan het spit en Vietnamese ontbijtjes. Best aan de prijs hier en daar, maar noem eens een ander muziekfestival (dus niet de Parade of Oerol) waar je dit vindt.
Na wat langer wikken en wegen toch nog afgedaan als misser: zaterdagafsluiter Woodkid, project van Fransman Yoann Lemoine. Een man die in de eerste plaats visueel artiest is, en dat is af te zien aan de strak ingerichte podiumsetting, de visuals en de strakke lichtshow. Dit alles als ondersteuning voor krankzinnig pompeuze brokken bombast; filmische muziek boordevol synths, strijkers, blazers en mokerslagen van drums. Jawel, een op zijn minst interessante show dus en kek om te zien hoe de twee jongens op een verhoging achterin goed zichtbaar heel theatraal op hun trommels slaan. Maar die bombast waar matige zanger Lemoine nauwelijks bovenuit komt, beroert alleen de eerste rijen; de massa erachter kijkt wat gelaten toe, zich wel beseffend dat er iets bijzonders gebeurt, maar wat nou eigenlijk precies?
Herkenningspunten in de afstandelijke show zijn de effectieve singles Iron en Run Boy Run dan, waarop nog wat te springen valt. Alle andere nummers hiervoor zijn hier zwakkere blauwdrukken, met steeds gelijksoortige drumsalvo's en die belachelijke muren van synths en strijkers. Waarom hadden we met z'n allen ook alweer zo'n hekel aan Vangelis? Daar doet het soms nog het meest aan denken. Door de afstandelijke show zwellen de applauzen bepaald niet aan, enkel bij die laatste hits, als veel volk al vertrokken is. Gebakken lucht, een lege huls.

Tot zover de stinkers: de overige muzikale hoogtepunten van deze sterke editie waren immers veel talrijker. Anne Soldaat om te beginnen, die een mooie presentatie geeft van zijn nieuwe, titelloze plaat met een nieuwe, heel soepel spelende begeleidingsband, waarin we onder meer Bram Hakkens (Kyteman Orchestra) en GEM's Maurits Westerik herkennen. Een bluesy intro gaat mooi over in Maybe, direct vrolijk makende opener van die nieuwe plaat, waarna er ook de nodige nummers te horen zijn van voorganger Another Life, met als afsluitend hoogtepunt een aardig verbouwd Going South.
Misschien dat we Spinvis het afgelopen jaar nog beter hebben gezien dan deze keer als afsluiter van deze eerste festivaldag, maar alles is relatief. Het zijn dit keer nummers van album Dagen van Gras, Dagen van Stro die goed binnenkomen: Het Voordeel van Video ('zie dit maar als een stemadvies') en Aan De Oevers Van De Tijd. De koortsdroom Club Insomnia van meesterstuk Tot Ziens, Justine Keller dreunt harder dan ooit en jaagt een deel van het publiek richting bar, maar is een hoogtepunt in dit vertrouwd fraaie optreden, met als euforisch klapstuk aan het begin van de Vlielandse nacht weer zo'n jubeluitvoering van Kom Terug ('een liedje voor Neil Armstrong').
Ook om van te jubelen met een brok in de keel: het ronduit ontroerende optreden van Perfume Genius, voor deze gelegenheid in de kleine dorpskerk van Oost-Vlieland, slechts enkele uren na de zondagse mis (fotootje rechts). Ondanks sommige van de 'onfatsoenlijke', soms pijnlijk openhartige teksten van kwetsbaar klinkende zanger Mike Hadreas een uitgelezen plek. Zijn stem in combinatie met zijn spel op de vleugel en de akoestiek klinkt geweldig, gedoseerd aangevuld met keyboards en drums. Hadreas bezit de zeldzame gave om donkere teksten en soms opvallend frivole, bondige pianoliedjes vlekkeloos te laten versmelten, waardoor ze alleen maar harder raken, zeker in deze setting (Look Out, Look Out, Hood, Learning). Een cover van Neil Young's Helpless heeft Perfume Genius zich zo eigen gemaakt dat die moeiteloos binnen zijn eigen werk past. Door vertraging begint het optreden een uurtje later, maar het wachten wordt van de eerste tot de laatste minuut beloond.
Net als Adrian Younge op zaterdag maakt de bebaarde Canadees Ben Caplan een dag eerder al honderden nieuwe vrienden op het Naar Buiten-podium in het bos (fotootje linksonder). Hij en zijn band The Casual Smokers geven dan ook een bijzonder bezield optreden met intense uitvoeringen van de folk-, blues-, klezzmer- en jazzmuziek van het album In The Time Of The Great Remembering. De met een goeie whiskeystem gezegende Caplan had een droom: dat honderden mensen in een bos eens met hem mee zouden zingen. Die droom komt dankzij een gewillig publiek uit. "This is the coolest gig I've ever played in my life", zegt hij spontaan. Geen woord van gelogen, over een van de mooiste optredens van het weekend. Aangezien hij ook meedeed tijdens de optredens van Janne Schra en Frisku, zullen heel veel mensen nu definitief weten wie Ben Caplan is.
Het rijtje van nieuwe muzikale ontdekkingen die op Vlieland grote indruk maken gaat door met Londense band Savages: vier jongedames die een ziedende, kneiterharde variant op Joy Division en Jesus & Mary Chain spelen in de zaal van de Bolder, het campinggebouw van kampeerterrein Stortemelk. Claustrofobische single Husbands was nog maar een voorproefje van dit geweld, met een drumster die haar vellen en bekkens gemeen toetakelt en een bassiste die heel soepel het ene na het andere melodieuze baslijntje tevoorschijn tovert als tegenwicht voor het schelle geraas van de gitariste, allen gekleed in het zwart. Middelpunt: zangeres Jehn met korte, zwarte coup en witte blouse, de vrouwelijke, panische reïncarnatie van ene Ian Curtis die fel en nerveus zingt. Originaliteit doet er in dit geval geen bal toe: dit is een van de beste optredens van jonge Engelse debutant in lange tijd. Eerder werd alhier voorgesteld dat deze dames verkering zouden moeten krijgen met Rats on Rafts. Het valt echter te vrezen dat zeker Jehn rattentestikels eet als ontbijt.
Ook nog gespot en zeer prima: de afwisselend kwetsbaar bibberende en onverwacht huilend uithalende stem van Angel Olsen, die in het duistere bos de perfecte spookachtige soundtrack bleek voor een wandeling langs de nachtelijke kunstroute van het festival (die vuurvlieg-achtige lampjes bij de vijver!). Over mooi damesstemmen gesproken: de drie Engelse zussen van The Staves duiken op verschillende plekken op om de toehoorders te laten smelten met hun prachtige, zoete harmonieën, verpakt in mooie folkliedjes. Ook verrassend meeslepend: de knap verhalende, akoestische liedjes van Ierse zanger Davie Lawson, als onderdeel van de intieme Onder Invloed-sessies in het bos. Het Engelse Alt-J imponeert als een van dé debutanten van het jaar ook Vlieland door de ingenieuze liedjes van debuut An Awesome Wave wederom vlekkeloos en lichtjes swingend na te spelen. Wel middels dezelfde set als op Lowlands enkele weken terug; de herhalingswaarde van deze band live is vooralsnog niet zo groot. Desondanks: knappe liveband.
Een kwalificatie die ook opgaat voor het Belgische Balthazar, dat het zijn publiek niet makkelijk maakt door flink wat nieuw werk te spelen van komend album Rats (release: half oktober). Toch is de mengeling van de oude, lekker dwarse nummers (Fifteen Floors blijft intrigeren, mede dankzij die aanstekelijke vierstemmige zang) en het iets lichtvoetiger nieuwe materiaal goed, al was deze festivalsetting voor dit moment wat te groot. Ga Balthazar dus vooral terugzien in de kleinere clubs in het najaar.
Ook de dames van het mysterieuze Warpaint vuren veel nieuw werk van een nog op te nemen nieuwe plaat op het in de warme zon badende publiek af. Die broeierige galmgitaarsound past wel bij het opvallend warme septemberweer, terwijl de Californische vrouwen hun harmonieën zuiverder dan ooit zingen. De nieuwe nummers laten geen grote veranderingen horen ten opzichte van het bestaande bezwerende werk, al staan er nu wat keyboards op het podium en duikt er een enkele elektronische beat op. Hoogtepunt: een versie van Elephants waarin Warpaint ongeremd tien minuten doorjamt. Bedwelmend goed optreden, hoewel voor een groter publiek ongetwijfeld lastiger te behappen dan pak 'm beet een Dio, even hiervoor. Wel zullen vast veel mannen hun vrouw of vriendin vragen om ook eens een roze tuinbroek te passen...
Afsluiter van deze zonovergoten Into The Great Wide Open, mazzelpikken die we met z'n vijfduizenden waren? Makers van de leukste Britse plaat van het jaar Django Django. Drie maal is scheepsrecht: na nog wat haperingen op Motel Mozaïque en Lowlands is de mix van dansbare, ultracatchy liedjes met verfijnde zanglijnen hier goed, ondanks wat krakende geluiden door brakke kabels in het begin. De meerstemmige zang zit nog steeds onder de galm, maar hoorden we er nog niet eerder zo goed uitkomen. Het gestoei met tal van geluiden en percussieinstrumenten verveelt intussen nooit en geeft krakers Hail Bop, Waveforms, Wor en Default die extra lading. Het geheel zou nog wat feller en opzwepender kunnen, maar laten we het erop houden dat Django Django live het eindstation nog niet heeft bereikt en dat het met die liedjes allang helemaal snor zit. Al met al een zeer blij makende officiële afsluiter van Into The Great Wide Open 2012, en daar gaat het om. Die nog lang doorgaande hoempaband op de Platte Kar hebben we straal genegeerd. Het skinny dippen van Django Django hebben we gewoon gemist. Daar zouden foto's van zijn...
En volgend jaar? Als het allemaal goed gaat een eerste jubileum voor Into The Great Wide Open. Een vijfde editie. Voor geen goud te missen en daar denken na dit nagenoeg perfecte festivalweekend duizenden mensen waarschijnlijk weer net zo over. Laat de nieuwe ideeën volgens de geheel eigen koers binnenstromen en de programmering zo avontuurlijk en eigen blijven, en Vlieland heeft nog een boel mooie edities voor de boeg. Daarvoor hoef je heus niet groter te groeien...
Houdt u nog tegoed: meer band- en sfeerfoto's van Into The Great Wide Open 2012 door Hanneke Goldsteen. Eigen ervaringen of persoonlijke hoogtepunten, tot die ene skinny dip in zee aan toe? Deel het met ons in de comments.



