Lowlands, de zaterdagmiddag: imposante perfectie bij Alt-J, Four Tet kleurrijk en speels
Het is weer eens wat anders: een Lowlands waarbij de straaltjes over gezicht, lijf en leden afstromen, en tóch regent het niet. De tweede Lowlands-dag gaat gebukt onder tropische temperaturen, zodat er op gegeven moment op het hele terrein 100.000 liter water in een uur getapt wordt. Heel verstandig van ons allemaal. Het aantal liters verloren lichaamsvocht via de porieën hebben we niet bijgehouden, het aantal goede bands op deze uiteindelijk sterke uiteindelijk sterke zaterdag natuurlijk wel. Let's go.
Te beginnen bij toch wel dé interessante debutant van deze zomer: de Britten van Alt-J, makers van subtiele, intelligente en soms ook dansbare liedjes, zoals te horen op opvallend breed omarmd debuut An Awesome Wave. Bij het begin van hun optreden in grote 'danstent' Bravo - die compleet vol staat - krijgen ze bijzonder gezelschap: het Kyteman Orchestra-zangkoor Dario Fo zingt dat merkwaardige a cappela intro The Ripe & Ruin, als introductie tot Tessellate.
Een van de vele nummers die je onderhand al een typisch Alt-J-liedje kan noemen, met een traag doch swingend ritme voorop, voorzichtig om elkaar heen kronkelende gitaarlijnen en die nasale zang van Joe Newman. En wat vanaf de eerste minuten opvalt: het viertal beheerst de eigen liedjes al tot in de perfectie, de heel even soepel als strak spelende drummer voorop. Zijn ritmes zijn live nog net even wat leidender dan op plaat, wat ervoor zorgt dat de toch niet makkelijkste liedjes heel aanstekelijk en meeslepend werken. Zelfs al is de muziek niet eens van het opzwependste soort. Toch gaan er zat handjes in de lucht bij singles Fitzpleasure en Breezeblocks. Bij een kleiner liedje als Ms - met kleine glockenspielaanslagen - komen de vier bewust dichter op elkaar staan, wat ook goed werkt. Commentaar is er hier en daar dat Alt-J nog niet meer kan dan de hele debuutplaat perfect naspelen, maar dat vinden wij in het geval van An Awesome Wave geen geringe prestatie.
Alt-J
Al ruim voor aanvang van het optreden van Nederlands trots Spinvis is het flink druk in de Grolsch en de mensen blijven toestromen. Het onthaal voor Erik de Jong en zijn bandleden is dan ook denderend. Zowel nieuwer als ouder werk passeert in de set, met nummers die fijn uitgebouwd worden en lang niet zo ingetogen zijn als je misschien zou verwachten van Spinvis. Dat heeft ook zeker zijn uitwerking op het publiek, dat elk nummer uitluidt met een groot applaus. Een ontroerende ode aan Simon Vinkenoog is er in Bagagedrager, toch al zo’n tranentrekker. Het vrolijke Ik Wil Alleen Maar Zwemmen wordt natuurlijk ook enthousiast onthaald in de zwetende Grolsch, en wordt extra ingekleed met een uitvoerige zingende zaag-solo. De projecties die live met paint worden getekend door Hanco Kolk, voegen alleen maar toe aan de lome, intieme sfeer die het optreden kenmerkt.
Een van de volgende hoogtepunten is Club Insomnia, dat Spinvis op zijn meest rockend laat horen: militante marsdrums, stoïcijns herhalende gitaarlijnen, dwingende cello en de Jong zelf die bijna dreigend klinkt in zijn zang. Meer van dat in de toekomst graag. Het is mooi om te zien dat het publiek het volle optreden de aandacht erbij houdt en helemaal meegaat in de show. Maar dat dwingt de band zelf ook wel af. Kom Terug is dan de perfecte, opbeurende afsluiter. Erik de Jong is zelf ook zichtbaar ontroerd en kijkt de tent in alsof hij zelf niet had durven hopen dat het publiek zo uitzinnig zou zijn. Het is ze gegund. Spinvis wekt kippenvel op, zelfs bij temperaturen boven de 30 graden.
De X-Ray puilt even later flink uit voor Berlijns man/vrouw-duo Sascha Funke en Julienne Dessange onder de naam Saschienne. De twee brengen hoekige techno (vooral Funke’s aandeel) met warme, zwoele vocalen door Dessange. Het resultaat is een even dromerige als feestelijke show. De laatste restjes kater worden er gretig uit gedanst op de frisse beats en elektronica, die koeltjes en zonder opsmuk worden gebracht. Dat de muziek soms nogal eentonig wordt, maakt het publiek verder weinig uit; op momenten lijkt de X-Ray uit zijn voegen te barsten van de dansende massa die na drie kwartier verlekkerd achter wordt gelaten.
Het méér dan leuke garagerockbandje van de dag op de kleine Charlie-stage - tegenwoordig aan een strandje - heet Fuck It Dog Life's A Risk ofwel FIDLAR. Vier jonge jongens uit California die van bier en blowen houden. "Hallo, wij houden van bier!" zegt net wat te melige zanger Zac Carper in zijn beste Nederlands. Ook houden ze van bovengemiddeld leuke garagepunkliedjes die je soms wel heel bekend voor komen, maar goed hard, fel en enthousiast worden gespeeld. Mondjesmaat knikken er steeds meer hoofden mee in het publiek en de kleine zanger - soms neemt ook de gitarist wat minder goed de zaken waar - durft aan het eind wel een stagedive aan. Ja hoor, dit eerste optreden van FIDLAR in Nederland was een geslaagde, heel vermakelijke kennismaking.
Fidlar
En het is, als we dan toch even wat mogen mopperen, ook nog eens veel frisser dan de zoveelste keer dat lompe Eagles Of Death Metal op de bühne, met dezelfde middelmatige rocknummers en een Jesse Hughes met diezelfde middelmatige snor die meer slap ouwehoert over rock 'n' roll dan dat 'ie het werkelijk bedrijft. Danko Jones is er bijna niks bij. En ja hoor: daar wordt onder gejuich de gitaar kapot gesmeten. Guttegut. Zo uitgekauwd dat je er verdrietig van zou worden, maar een volle Alpha vindt het nog steeds prachtig. U wint.
In diezelfde Alpha-tent heeft Two Door Cinema Club even later in principe alle ruimte om alvast nieuw werk van tweede album Beacon voor te stellen. Maar dat doen de Ieren niet meteen: ze laten de tent ondanks de hitte meteen uitbundig dansen met een handje vol hits van succesdebuut Tourist History (This Is The Life, Undercover Martyn). Hecht en dwingend gespeeld; stilstaan is geen optie. Pas daarna is het tijd voor enkele nieuwe liedjes. Die hebben meestal hetzelfde dansbare ritme met die ferme tikken op de hi-hat, maar het valt wel op dat ze net wat minder pakkend en een stukje bedachtzamer van aard zijn, op het melancholische af zelfs. Alles is relatief: het zijn niet perse slechtere liedjes en aanstekelijk zijn ze nog steeds. Het grote publiek zal ze pas vanaf 3 september leren kennen, als Beacon uitkomt. En dat zullen ze ook willen, na dit prima, onbezorgde Lowlands optreden.
Bij gebrek aan een zekere Arcade Fire-dramatiek dit weekend, kun je als alternatief echt het beste bij Blaudzun terecht. Johannes Sigmond, intussen gerust de Nederlandse meester van melodramatische, zorgvuldig georkestreerde nummers, staat met zijn grote band voor een bomvolle en tot aan de rand aandachtige tent. Veel van de liedjes van album Heavy Flowers van begin dit jaar worden woord voor woord meegezongen en nog altijd bezield gespeeld, terwijl Sigmond alleen maar soepeler is gaan zingen, zo lijkt het. Enkele hoogtepunten: Ane Brun zingt voor haar eigen optreden later op de avond mee met het mooie duet Midnight Room. Het walsje Sunshine Parade van vorig album Seadrift Soundmachine wordt tegenwoordig prachtig verrijkt met grote trom en blazers. Een ode aan Brabant is het dit keer, volgens Sigmond. Dit Lowlands-optreden is een mooie bekroning op de club- en festivaltour van dit jaar, waarna Blaudzun dit najaar stug doorgaat met optreden in deze grote bezetting. Hulde.
De DJ kan het niet laten voor aanvang van het optreden van Four Tet: om nog even Idioteque van Radiohead te draaien voordat de show begint. Four Tet is het geesteskind van Keiran Hebden en hij begint aan zijn set met lieflijke speelgoedgeluidjes en softe elektronica. Het optreden wordt vooral gekenmerkt door speelsheid en diversiteit. Woodblocks, vogelgetjilp en wat klinkt als scheurend papier komen langs. Tot de kleinste details zit de muziek heel ingenieus in elkaar, terwijl het aan de oppervlakte ook gewoon een prima dansbare, zachtaardige elektronicamix is. Op momenten dweept Hebden in nostalgie, maar toch is het geluid helemaal van nu. Vooral omdat hij achteloos tussen genres beweegt: van soul naar house en terug langs jazz en funk naar techno. Als een gretige moderne muziekliefhebber die zijn kicks overal vandaan bij elkaar sprokkelt. Hij gooit dwarse ritmes - bijna tegen Afrikaanse percussie aan - in de strijd en hier en daar komen zelfs Oosterse invloeden voorbij.
Hebden bouwt zijn set op tot een climax op driekwart van de set waarbij de beat onhoudbaar oploopt, en de temperatuur evenredig lijkt te stijgen in de Bravo. Toegegeven: we dachten vooraf dat we hem liever een stuk later op de avond zouden willen zien, maar eigenlijk werkt het net zo goed ‘s middags in de zon. Zelfs meer beukende beats worden op de juiste momenten gebruikt om de aandacht van het publiek erbij te houden. Four Tet draait een heerlijke diverse en kleurrijke set in elkaar. Hij kan het niet laten om nog even een fotootje te maken van het uitzinnige publiek voor zijn neus.
Vind alle andere verslagen op de Lowlands 2012-pagina.
Verslag: Joris Rietbroek (Alt-J, FIDLAR, Eagles Of Death Metal, Two Door Cinema Club, Blaudzun) en Barry Spooren (Spinvis, Saschienne, Four Tet). Foto's: Hanneke Goldsteen.


