Lowlands, de vrijdagmiddag: een heftige start met Cloud Nothings; knap tUnE-yArDs zweet
Hallo Flevopolder! We gaan je deze dagen waarschijnlijk heter dan ooit meemaken tijdens de twintigste aflevering van A Campingflight To Lowlands Paradiso. Krijgen we de meest zweterige ooit? In elk geval krijgen we een editie met een op papier erg mooie openingsdag, met Cloud Nothings, Refused, tUnE-yArDs, Sun Araw, Django Django, The Antlers, Feist, Bloc Party, Nicolas Jaar en The Black Keys. Anders nog iets? Ja, veel water tegen het vele, vééle zweten...
Lowlands belooft op de vrijdagmiddag vroeg te pieken met Cloud Nothings, dus zijn we op tijd. Als Dylan Baldi met zijn band Cloud Nothings eenmaal het podium opkomt, lijkt het nog net een jochie dat zo uit de schoolbanken komt. Maar er schuilt een hoop venijn in de begintwintiger uit Cleveland. Waar de band donderdag nog te laat was voor het optreden op Pukkelpop, wordt het publiek hier gelukkig wel getrakteerd op een uur vol uptempo, gruizige punkrock. Cloud Nothings trekt zich zichtbaar niets aan van de hitte in de nu al dampende India, en speelt zo mogelijk zelfs nog een tandje sneller dan op plaat.
Soms speelt de band zichzelf bijna voorbij - die drummer gaat genadeloos tekeer -, maar dat zorgt ook voor een extra energie-injectie. De vier beginnen met de toegankelijker, poppy punkrocksongs van die door Steve Albini geproduceerde topplaat Attack On Memory, totdat Cut You de overstap blijkt naar het donkerder en meer getergde werk van dat album. Wat heet: hoogtepunt Wasted Days wordt inmiddels in goede traditie van de band gerekt tot een klein kwartier, met een slepend en uitdagend tussenstuk vol jankende gitaren, heftige noise en een bak effecten, dat langzaam opbouwt en het publiek telkens het hoogtepunt wil onthouden. Het beeld van die schooljongen is dan al lang weer van het netvlies af: in Attack On Memory verwacht je dat Dylan elk moment zijn strot kapot schreeuwt, en staat hij wijdbeens met gitaar op standje zo laag mogelijk, als een kruising tussen Joey Ramone en Kurt Cobain. Terwijl het geluid steeds harder wordt, sluit de band af met plaatopener No Future/No Past. Waar de band het publiek binnentrok met catchy punkrockliedjes, laat het ze achter met gitzwarte grungerock die sommigen pardoes richting andere tenten jaagt. Maar toch: Lowlands is los.
Het uit Brooklyn afkomstige White Rabbits is vooral bekend van 'dat liedje met die drums' (Percussion Gun van It’s Frightening). Dus een verrassing is het niet dat er twee drumstellen staan opgesteld in de India. White Rabbits brengt gemoedelijke indiepop die nog steeds goed te vergelijken blijft met Spoon (zanger Britt Daniel was lang producer van de band), alleen dan een tikje poppier en iets minder eigenwijs. Helemaal niet erg, want de liedjes zijn voor het grootste deel erg sterk en worden live nog iets aan kracht bijgezet door de dubbele drums, waardoor het optreden soms een tribaal karakter krijgt. Zo komen ook nieuwere nummers erg goed uit de verf, met meerstemmige zang en roffels die je om de oren vliegen.
Ondertussen passeren ook trekjes van post-punk, britpop en elektronica in de mix. De band brengt daarmee net de juiste mengeling van vrolijke popliedjes en uitbundigheid, en de India is dan ook opmerkelijk goed gevuld voor de band die hier - eerlijk is eerlijk - nu niet bepaald een heel grote naam heeft. Iets waar best verandering in mag komen na deze show, want White Rabbits weet het publiek zonder enige moeite bij de hand te nemen en niet zomaar los te laten.
Voor Refused is het wachten eerst nog op een best bijzondere bijzienswaardigheid in de X-Ray: geen obscure of uitdagender elektronica-act - zoals die vooral in deze tent staan, maar de twee donkere broertjes Mikalah en Anailah Lei uit Los Angeles (19 en 15) die zich The Bots noemen. Hun muziek: punkende bluesrock met hier en daar een hardcoreriff, gebracht met zoveel inzet en enthousiasme dat je ze voor nu nog vergeeft dat ze nog geen écht memorabele liedjes hebben. Geeft niet: met zo'n houding en bakken energie op het podium kun je in eerste instantie ook een eind komen.
Refused
Even later starten de Zweden van Refused met een bijna schandalig zacht geluid hun optreden in de Grolsch. Met als resultaat: een klassieker als Refused Party Program knalt niet vól zoals het hoort. De band klapte uit elkaar nadat ze het meesterwerk The Shape of Punk to Come uitbrachten in 1998. Toen mochten we alleen maar hopen dat ze het ooit nog in het hoofd zouden halen om de band uit de dood op te wekken. Gelukkig is dat nu daadwerkelijk het geval. Toegegeven: Refused zet een meer dan strakke show neer, vol met oude favorieten die we eindelijk eens live mogen horen.
Toch overheerst na afloop een dubbel gevoel, en niet zozeer omdat de anti-kapitalistische band nu uitsluitend op de grootste podia en festivals te vinden is. Vooral omdat Refused niet helemaal op zijn plek lijkt op dit podium, met ditvpubliek. De vonk lijkt niet echt over willen te slaan. Zeker: een deel van het voorstevvak gaat flink los op de hardcore-/punkklassiekers. Maar daarachter gaapt nog een groot deel van de tent dat aanzienlijk leger is en waarin het publiek rustig om zich heen kijkt, blijkbaar vooral mensen die even nieuwsgierig een kijkje komen nemen en vooral hopen New Noise mee te pikken, want op dat moment gaat de tent wel massaal los. Kan ook haast niet mis gaan natuurlijk. En toch denken we dat je Refused gewoon in een zaal moet zien. Conclusie is nu: sterke en meer dan vermakelijke show, maar we zijn mede door het geluid niet omver geblazen zoals we hoopten. Herkansing in 013 in oktober.
In een flink andere en bovendien nogal unieke muzikale straat: tUnE-yArDs, ofwel theatrale muzikante Merrill Garbus en haar drumwerk, selfsampling-kunsten en drie begeleiders op bas, percussie en saxofoons. Eerder liet ze Into The Great Wide Open en de Melkweg in verbijstering achter met de als een malle swingende, maar zo onorthodoxe liedjes van album w h o k i l l van vorig jaar. In de India-tent van Lowlands lokt ze gehuld in een knalroze jurk opvallend veel bezoekers binnen met laagjes gejodel en keel geluiden, plus de felle uitroep: 'Do you wanna live?!'
Ja, dat willen wij, en een mooi volstromende tent ook. Zij die tUnE-yArDs eerder zagen blijven genieten van Garbus' virtuoze gestoei met drumloops en diverse lagen van haar eigen stem, terwijl nieuwkomers zich verwonderen en een dansje wagen. Want de ritmes en grooves blijven hyperaanstekelijk. Gangsta heeft nog altjd de gekste, meest tegendraadse baslijn in jaren en vermoedelijk van dit hele festival. Een uitgesponnen versie van Bizness inclusief lange saxofoonsolo blijft het hoogtepunt in de set en maakt het publiek euforisch. Ondanks een dipje of twee in de set dankzij die net wat mindere nummers, tUnE-yArDs heeft ook dit deel van Lowlands voor zich gewonnen. Merrill Garbus is terecht blij: "Ik geloof niet dat ik ooit in mn leven zo gezweten heb. Voor jullie."
tUnE-yArDs
Intussen lijken de psychedelische jams van Sun Araw te ongrijpbaar voor het publiek in de knaloranje X-Ray-bunker. Gevolg: een groot deel kletst rustig door het optreden van Cameron Stallones’ band heen. Inderdaad, de uitgesponnen, gedrogeerde stuken zijn soms erg abstract, en slechts een handjevol mensen lijkt het maar echt uit te houden bij deze show. En dan te bedenken dat de band niet eens het moeilijkst te behappen werk speelt: dansbare ritmes, reggaegitaartjes en speelse toetsen komen voorbij met de sjamanistische zang van Stallones: een schriel mannetje met een truckerssnor en een geheel eigen muzikale wil.
Samen met de retrofuturistische visuals (regenboogpiramides!) vermaken we ons uitstekend bij deze show. Af en toe slaat de vibe dan ook kort over op het publiek, dat in de juiste sfeer komt terwijl achter ons de zon achter de wolken verdwijnt. Het blijft rustig bij de act die in deze line-up niet helemaal op zijn plek lijkt, maar gelukkig trekt Sun Araw zich daar verder niets van aan. Stallones heeft zelf geen problemen om volledig op te gaan in de muziek. Het weinige publiek dat blijft staan, lijkt hij in ieder geval wel voor zich gewonnen te hebben.
Bij voorbaat een gewonnen wedstrijd: Django Django, waarvoor de Bravo-tent ver van tevoren ramvol is gelopen. Verantwoordelijk hiervoor zal goeddeels hitje Default zijn, maar de Britten bewijzen opnieuw veel meer goede en oh zo ingenieuze liedjes in de vingers te hebben, met gelijke delen dansbaarheid en melodie en volgestopt met aanstekelijke percussie. Ergens heeft de zanger wonderlijk genoeg accentloze Nederlandse zinnen opgepikt ("Hallo, wij zijn Django Django!") plus de durf om (net iets te gemaakt) enthousiast het publiek aan te spreken ("Thank yououou!!"). Wel zo slim voor dit soort grote shows, waarbij ook de achterste rijen bereikt moeten worden. Daarvoor staan de niet al te opvallende heren zelf toch wat te stil.
Een andere zwakte van Django Django speelt de band live hier wel veel meer parten dan op Motel Mozaïque dit jaar. Op plaat zijn de dubbele zanglijnen subtiel en mooi, live zijn ze nog steeds dunnetjes en verdrinken ze in de galm om het wat meer te laten lijken. Als het tentdoek zo'n galmeffect nog eens versterkt, hou je soms een brei aan geluid over en dat doet de Django Django-sound op z'n zachtst gezegd geen goed. Zeker de voorste helft van de tent gaat echter niet minder uit de stekker op sterke start Hail Bop, Waveforms het instrumentale, live donderende Skies Over Caïro en uiteraard radiohit Default, waarna een deel van het publiek jammer genoeg de biezen pakt.
Django Django
De georkestreerde folkliedjes van Patrick Watson zijn anno 2012 misschien niet meer zo verrassend als een tUnE-yArDs of (wat heet) een Sun Araw. Maar toch wordt alles wel weer erg goed gebracht, met ook nog eens een kristalhelder geluid. De liedjes zijn soms een tikje veilig, maar de warme stem van Watson weet nog steeds een flinke massa zonder problemen in te pakken. In de rustiger en kale liedjes, waarop hij voornamelijk wordt begeleid door akoestische gitaar, wordt hij soms overstemd door het geluid van andere podia maar het publiek heeft alleen aandacht voor hem.
Waar veel andere bands het zo liefst groots mogelijk uitpakken in de Grolsch, houdt Watson het veelal intiem. Zowel in zijn muziek als de manier waarop bandleden dicht om elkaar heen zitten en staan, als een hechte vriendengroep. En alles is tot de kleinste details verzorgd; zo ook de manier waarop Watson speelt met dynamiek in de set - van uitbundige solo's tot ingetogen passages. En dat dwingt toch weer respect af: de schijnbaar achteloze manier waarop hij zijn loepzuivere stem over de Grolsch uitstort om het publiek daarmee muisstil te krijgen. Een aangenaam, intiem einde van deze eerste warme middag.
Vind alle andere verslagen op de Lowlands 2012-pagina.
Door: Joris Rietbroek (The Bots, tUnE-yArDs, Django Django) en Barry Spooren (Cloud Nothings, White Rabbits, Refused, Sun Araw, Patrick Watson) Foto's: Hanneke Goldsteen.


