Grillig weer klopt Metropolis niet: Mikal Cronin, Active Child en Thee Oh Sees heersen
Een factor die voor uit de kluiten gewassen gratis festivals nog een stuk belangrijker is dan voor de grote evenementen waarvoor u een flinke prijs betaalt: Het Weer. Vol goede moed en met een zonnetje op het hoofd ging de reis zondag naar Rotterdam voor een nieuwe aflevering van het Metropolis Festival, zoals u weet een festival waar ook voor doorgewinterde bandjesspotters nog wat te ontdekken valt.
Op meteorologisch vlak kreeg het festival helaas te kampen met uitermate grillig en nog natter weer. Een enkele bui was de voorspelling, meerdere stortregens bleken de praktijk, vaak ook terwijl verderop het zonnetje alweer pesterig doorbrak. En waarom was dat dit keer zo belangrijk?
Sowieso natuurlijk omdat er minder drank en eten verkocht wordt als publiek het laat afweten bij slecht weer, centen die ook Metropolis kan gebruiken. Maar vooral omdat het festival met de dreiging van onweer op last van de politie zelfs even stilgelegd moest worden. Goed, als dat écht nodig was... maar wil de presentator alstublieft geen (mislukte poging doen tot) paniek zaaien en waarschuwen voor Pukkelpop-achtige toestanden?
Enfin: het allervervelendst moet dit brandweerbesluit zijn geweest voor Nick Waterhouse en zijn gesmeerde, soulvolle rock ‘n’ rollband (fotootje rechts). Zijn optreden in de tent (Workers Stage) moest acuut worden onderbroken, en mocht pas later weer verder. Weg energie en weg publiek ook, in een nog maar voor een kwart gevuld tentje. Zonde, want wat Waterhouse, zijn zangeres, toetsenisten en blazers nog enkele nummers lieten horen aan lekker scheurende fifties r’n’b, smaakte naar veel meer, zelfs zonder echte scherpte of focus. Check daarvoor ook maar zijn toepasselijk getitelde debuut Time’s All Gone, want zijn muziek klinkt absoluut niet als vijftig jaren oud...
Hoe dan ook: los van deze regen en bijkomende ellende: wie zich niet liet verjagen door het venijnige weer, kon een mooie en heel gevarieerde festivaldag met spannende nieuwe acts beleven, op een bovendien erg strak en ruim ingericht festivalterrein in het Rotterdamse Zuiderpark. Misschien had dit park wat voller gemogen, maar gezellig druk was het op de meeste plekken in ieder geval wel. Hoewel: voor nieuwe garagerock-lieveling Mikal Cronin – ook bassist voor Ty Segall – is het nog rustig in de bescheiden Workers-tent. Het is dan ook pas 12.00 uur ’s middags als hij met zijn drie bandmaten mag aantreden als vervanger voor het uitgevallen Yukon Blonde, om de aanwezigen wakker te blazen met een puike dosis garagerock ‘n’ roll-liedjes waarin zeer poppy melodieën en vuile energie precies in balans zijn. Meer dan leuk ook is de Guided by Voices-cover Teenage FBI. Als Cronin zelf tegen het einde van de set op zijn rug liggend een boel gitaarlawaai maakt, zijn alle aanwezigen in ieder geval overtuigd en gaan er na afloop flink wat LP’s van Cronin’s eigen debuutplaat van vorig jaar over de toonbank.
’s Avonds mag hij nog eens op de officiële afterparty in Rotown, maar zover is het nog niet: eerst zien we nog hoe de negen jonge afropoppers van Jungle By Night ook in een iets relaxtere, minder opzwepende bui - want het is best vroeg - nog steeds heel soepeltjes klinken. Regen of geen regen, het is weer plezerig heupwiegen. Ook is het goed om te merken hoe Linda van Leeuwen en Mathias Janmaat a.k.a. Bombay Show Pig vergeleken met enkele maanden geleden alweer wat hechter de pittiger rocksongs van hun debuut Vulture / Provider spelen. De set is dit keer bovendien aangevuld met een groovende, geslaagde cover van Beck’s Nausea. Het is jammer dat het toch niet te harde geluid op het 3FM-podium in de hardste stukken verzandt in een totale brij, maar dat is alleen een geluidsman aan te rekenen, niet Bombay Show Pig zelf, dat vast weer een paar zieltjes gewonnen heeft. Of niet natuurlijk, als we ook een tweet over de band met de beoordeling ‘kankerherrie’ tegen komen.
Deze persoon zal het dan helemaal zwaar hebben gehad bij de multiraciale hardcore skatepunkers uit New York van Cerebral Ballzy. Deze vijf blanke en zwarte jongens treffen vanwege de neerslag een ramvolle tent voor zich, maar vaders en moeders met kinderwagens verkiezen toch het pleurisweer als de ziedende, nog behoorlijk strakke hardcorepunk de tent in knalt. Agressie vermengd met totale nonchalance, ook dat is een kunst. Het zijn de droge aankondigingen van de zanger die het ‘m doen. “This next song is about skateboarding... this next song is about drinking beer… this next song is about pizza…” Een vermakelijk, soms zelfs energiek optreden (en ja, we zien ‘stagedives’ vanaf de voorste tentpaal!), maar door de eentonigheid ook niet langer dan een half uur te hachelen.
Niet te hachelen: de nogal clichématige, niet bijster boeiende raps van F. Stokes op het hoofdpodium (Thinkers Stage genaamd), die bovendien zangeres Yori Swart op het nabij gelegen 3FM-podium totaal overschreeuwt. Al zegt dit ook iets over het stemvolume van Swart zelf en de (afwezige) pit in haar oh zo keurig binnen de lijntjes spelende begeleidingsband. Typische rechtdoorkabbelende 3FM-pop zonder overtuigingskracht. Maar ieder festival moet een iets minder uurtje hebben om goed op te warmen voor de echte hoogtepunten, en die volgen elkaar in de tweede helft van Metropolis in een behoorlijk tempo op. Eerst gaat het veld behoorlijk uit de plaat bij de jarige Kraantje Pappie, die met hulp van het net zo Groningse Noisia een vettige, energieke en bovenal zeer aanstekelijke show neerzet. Eentje vol snelle, vloeiende en perfect verstaanbare raps bovendien, daar kan meneer Stokes nog wat van leren. Waar is Kraan? Intussen allang ergens voorin de vaderlandse livehiphoplinie, zoveel is zeker.
Een wel meeslepend moment van rust vinden we bij Active Child, alleen al opmerkelijk dankzij oprichter Pat Grossi. De man bespeelt immers de harp en maakt daarbij indruk met loepzuivere, ijzig hoge zang met zijn kopstem. Active Child’s debuut You Are All I See kan door een gebrek aan dynamiek wat makkelijk het ene oor in en het andere oor uit ontsnappen, live grijpt Grossi je met zijn stem stevig bij de lurven om niet meer los te maken en klinken zijn melodramatische liedjes nog een stuk krachtiger ook. Als een soort mengeling van Bronski Beat en een mannelijke Florence and the Machine zonder de vrachtladingen drama. Een verrassend sterk optreden dus.
Ook liefhebbers van drama, maar dan van het minder subtiele soort: We Are Augustines uit New York, dat het soort grote, meeslepende arm-om-de-schouder-rockliedjes wil maken zoals The Frames of Mumford & Sons dat goed kunnen. Maar waarschijnlijk moet je toch echt Engels, Iers of Schots zijn om dit écht goed en effectief te kunnen: de liedjes van We Are Augustines-debuut Rise Ye Sunken Ships beklijven al nauwelijks en de manier van live spelen maakt even indruk, maar niet voor lang: alle gitaren, drums en gebrulde zangpartijen zijn op één (stadion)volume. Misschien dat McCarthy met die achternaam nog wat Schotse voorvaderen heeft, maar dat moet dan van heel wat generaties terug zijn: hij heeft ‘het’ niet.
Wie ‘het’ wel hebben? Thee Oh Sees uit San Francisco natuurlijk, als je ‘het’ hier tenminste vertaalt als de gave om dampende, hyperenergieke rock ‘n’ roll met tien vingerhoeden psychelica te spelen. En ja, in die eerst helft van de tent is het vanaf de eerste minuut springen en moshen geblazen, terwijl de drie heren en een vooral met percussie en tamboerijn in de weer zijnde dame in een moordend tempo vooral veel uitgesponnen gitaarjams spelen van Carrion Crawler / The Dream. Dat was één van hun twee albums van vorig jaar, terwijl een volgende alweer onderweg is. Meliger liedjes van albums Dog Poison of Castlemania als een I Need Seed blijven dit keer achterwege: het is opgefokt en fel doorspelen wat Thee Oh Sees hier met ontzettend veel plezier doet, met als extraatje die vreemde, cartooneske en in galm gedoopte zangstem van frontman John Dwyer. Met ook al lovende verhalen over eerdere optredens in Nijmegen en Amsterdam, moet Thee Oh Sees nu ook wel in Nederland vaste voet aan de grond hebben gekregen. En dat is mooi.
Willen we na zo’n hoogtepunt voor de vijfde keer nog eens Other Lives zien, hoe mooi we de muziek en optredens van deze Amerikanen ook vinden? Nee, toch niet. Ook omdat de Amerikanen verlaat zijn door een optreden op Rock Werchter op dezelfde dag (harde werkers!). Het was na deze grillige dag Metropolis en die energiestoot van Thee Oh Sees wel mooi zo. Mochten we volgend jaar niet op andere grote festivals of elders in het buiteland zitten, dan keren we graag terug om de 25ste verjaardag van Metropolis te vieren, hopelijk weer met zo’n mooie line-up vol dikke krenten, net als deze zondag.


