concertverslag, nieuws

Ook in Porto biedt Primavera volop muzikale weelde

Joris, Zaterdag 09 06 2012, 17:05

Ook in Porto biedt Primavera volop muzikale weelde

The Flaming Lips @ Optimus Primavera Sound

Sinds enkele jaren hét walhalla voor liefhebbers van de beste 'indie' en Pitchfork-fähige acts, met nog lekker weer ook: festival Primavera Sound in Barcelona. Want daar staan met z'n honderden tegelijk zo'n beetje alle bands van nu die er ook volgens KtH toe doen, plus altijd de nodige ervaren rotten die hun legendarische sporen allang hebben verdiend, zoals vorig jaar nog Pere Ubu, Einstürzende Neubauten, Swans en Suicide. Zoiets blijft natuurlijk geen uitsluitend Spaans geheimpje, met vorig jaar voor het eerst ruim 40.000 bezoekers uit heel Europa.

Tijd voor uitbreiding met een kleiner zusje, dacht de organisatie. De keus viel op de mooie stad Porto in het noorden van buurland Portugal voor een kleinere versie van Primavera Sound. Geen 200 acts hier, maar grofweg zestig namen over drie dagen. Een erg mooi deel van het Barcelona-programma plus wat extraatjes, op vier podia in het groene, heuvelachtige Parque da Cidade, met zodoende nog steeds volop te kiezen. En was dat een goeie zet van de bedenkers? Succesvol lijkt het alvast wel: uitverkocht is het niet, maar ruw geschat moeten er toch zeker 20.000 tot 25.000 mensen per dag rondlopen, met continu een gezonde, doch niet overweldigende drukte voor de belangrijkste podia.

En lijkt dit verder op Primavera Sound in Barcelona? Wel, puur als het om de muziek gaat uiteraard wel. Het zijn in Barcelona natuurlijk wel de bijzonderder sfeer van een modern, betonnen stadspark en het nog overweldigender muziekaanbod die Primavera Sound tot dat unieke festival maken. Een minpuntje in Porto: stiekem zitten we alweer dik acht kilometer van het stadscentrum van Porto af, waar de meeste gasten van ver logeren, terwijl metro- en buslijnen 's nachts spaarzaam zijn. Gelukkig zijn er wel genoeg taxi's en die brengen je voor weinig naar je frisse, ook al niet zo prijzige hotelbedje. Andere kritiekpuntjes? Nu ja, telefoonaanbieder en mede-naamgever annex hoofdsponsor Optimus zou wat minder aanwezig mogen zijn met niet te ontwijken spotjes op de schermen, oranje programmaboekjes en oranje tassen, uit te vouwen tot kleedje...

Maar los van dit alles: qua opzet in een groen park met podia en barretjes oogt dit net wat minder speciaal, maar eenmaal aan de gang vervelen we ons geen minuut en is er ook hier vooral héél véél goeds te zien. Vlak voor een podium of gezeten op de heuvels voor het podia, zodat je ook achterin zittend een mooi uitzicht op de podia en het publiek hebt.

Het spektakel begint donderdag tegen de avond met het excentrieke Stopestra! uit Porto, een orkest van zo'n 60-70 mannen en vrouwen gewapend met tientallen gitaren, drumstellen en andere instrumenten, dat met barstensveel plezier een soort avant garde-noise speelt zoals bij ons The Ex dat ook wel doet. Maar dan dus met z'n zestigen en met een bezeten dirigent die alle dissonante klanken knap bij elkaar weet te houden, totdat ze samenkomen tot behapbare melodieën. Bijzonder gezelschap en een leuke thuiswedstrijd als opener.

Zou Bradford Cox in zijn eentje als Atlas Sound bij ons in Nederland duizenden mensen op een openluchtpodium kunnen boeien? Een flauwe retorische vraag misschien, maar hier gebeurt dit wel, ondanks de bepaald niet toegankelijke muziek. Hij opent nog met een ingetogen bluesy liedje, maar dan begint hij met het uitbouwen van enkele Parallax-liedjes tot enorm ingenieuze geluidsconstructies en noisemuren, allemaal uit een gitaar en zijn batterij aan effectapparatuur. Razendknap, van begin tot eind boeiend en een enkele keer gewoon ontroerend mooi dankzij Mona Lisa, waarop dit publiek van muziekvreters nota bene massaal meeklapt.

Dan is de eerste, zich nog op slechts twee podia afspelende dag pas net begonnen en mag Yann Tiersen aantreden. Zijn muziek uit de Amélie Poulain-film speelt hij allang niet meer, wel aardig wat van zijn met vocoder zang volgestopte spacepopalbum Skyline van vorig jaar, afgewisseld met ouder werk waarin zijn kenmerkende, betoverende motiefjes van piano en viool terugkeren. Niet overweldigend, maar een nog altijd verrassend mooi optreden terwijl de zon langzaam in de oceaan zakt.

En nee, ook op Primavera Sound is het heus niet enkele prijsschieten. Ja, of het moet de prijs voor eentonigste band van het festival zijn, die glansrijk naar The Drums gaat. Een hele trits van bijna identieke new wave-liedjes voor véél publiek, maar de massa veert enkel echt op bij hitjes Money (vooruit, kek baslijntje!) en Let's Go Surfing. Gelukkig zijn er direct hierna de Engelse oude rotten van Suede aan de beurt die verrassen met een uitmuntend reünie-optreden. Uitmuntend in de zin dat er tijdens het hele optreden van anderhalf uur bijna uitsluitend werk van de eerste drie platen Suede, Dog Man Star en Coming Up wordt gespeeld. Hits pompen dus (This Hollywood Life, Trash, Animal Nitrate, So Young, Stay Together, We Are The Pigs, Beautiful Ones) en dan wel zo vitaal en rockend dat Suede live misschien wel beter dan ooit is nu. Niet in het minst dankzij een van begin tot eind energieke frontman Brett Anderson, die zich volledig geeft, telkens weer de voorste rijen op zoekt en na anderhalf uur totaal bezweet het podium verlaat. Grote klasse in de verrassend frisse Portugese nacht en een niet perse verwácht hoogtepunt van de dag.

Suede. Foto: Erik Luyten

Ook Mercury Rev moet het van oud werk hebben. Wat heet: laatste album Snowflake Midnight is alweer van 2008 en tipt lang niet aan oudere albums Deserter's Songs ('98) en All Is Dream ('01). Toch tourt de band weer en deze festival set bestaat vooral uit werk van die twee albums. Prettig: 'Dreampop'-stukken avant la lettre als Holes, Goddess on a Highway en You're My Queen zijn onsterfelijk mooi en die opmerkelijke, hoge stem van Jonathan Donahue klinkt nog altijd helder. Minder prettig: Mercury Rev wil tegenwoordig ook zo groot mogelijk rocken en heeft hiervoor een lompe huurling op drums die alleen voluit weet te rammen. Zodat de subtitliteit die deze muziek ook op een festival nodig heeft, ver is te zoeken.

Pas op dag twee is er op alle podia in het park wat te beleven, te beginnen bij Other Lives in de enige, flinke tent van het festival, opgezet op een niet zo mooi asfaltterrein bij de entree. Ook al tourden ze al zoveel, de weidse indiefolk van de Amerikanen verveelt ons nog steeds niet, mede dankzij de slimme inzet van extra percussie, vibrafoon en een cello die als een compleet strijkorkest kan klinken. Desondanks hebben we de muzikanten al wat bevlogener gezien: het zal de vermoeidheid van het vele touren zijn. Intussen zijn ook in Portugal For 12 en Tamer Animals hits: de respons in de goed gevulde tent liegt er niet om.

Vervolgens is het even heerlijk grasduinen door het immense oeuvre van de Amerikaanse veteranen van Yo La Tengo, dat zoals gebruikelijk gaat van rauwe, Dinosaur Jr.-achtige gitaarliedjes via psychedelische trips naar bijna olijke pianopopliedjes. Altijd goed, wat ook geldt voor The War On Drugs, goed voor een uurtje wegdromen op de uitgesponnen gitaartrips van Adam Granduciel en zijn hecht spelende begeleidingsband. Festival of geen festival, de aandachtsspanne van dit publiek lijkt net wat groter dan bij ons in Nederland, dus durft de band het aan om een lang intro te spelen voor een geweldig stuwend Come To The City. Knap werk.

Vergeleken hiermee is het optreden van Rufus Wainwright met zijn uitgebreide, gedegen band heel clean, maar daarom niet minder mooi. Zelf is de flamboyante verschijning al fabelachtig bij stem (geen misser gehoord), maar dan is er ook nog eens de versterking van twee indrukwekkend klinkende, zwarte achtergrondzangeressen. Luchtiger liedjes van zijn jongste plaat Out of the Game passen naast de kitcheriger bombast van weleer. Maar ook naast een cover van zijn vader; een mooi versie van Loudon Wainwright's One Men Guy. Intussen lijkt hij het buitengewoon naar zijn in te hebben: "Oh, I look so beautiful in this sunset!" Zeker weten, Rufus!

Flamboyant in de andere zin van het woord: The Flaming Lips. Je weet al genoeg als je voor de start van het optreden al die ballonnen ziet liggen: aan de liveshow is al jaren niets wezenlijks veranderd, maar waarom zou je ook als het zulke euforische reacties losmaakt? Zo ook hier in Portugal: net als in Spanje is de band hier ontzettend populair, met een enorme drukte tot gevolg. De start is sterk en grimmig met werk van Embryonic, confetti, ballonnen en danseressen, maar na een half uur is daar altijd weer hetzelfde euvel bij Flaming Lips-shows: de set wordt zó langdradig en Wayne Coyne begint net te vaak te bedelen om gejuich van het publiek.

Dikke pret voor een half uur hoor, maar vaker gezien en dus even door naar de slowcorepioniers van Codeine, op een wel erg uit de kluiten gewassen ATP-podium. Helaas: ergens tussen nu en twintig jaar geleden lijken (zeggings)kracht en rauwe emotie te zijn zoekgeraakt. Helaas, toch nog een echt saai optreden meegepakt. Dan staat het er nog los van dat je Flaming Lips door je Codeine hoort (en de basdrums van Codeine door je Flaming Lips heen als je daar achteraan staat). Iets met twee podia die toch onhandig of te dicht bij elkaar zijn geplaatst, zo zal deze nacht nog vaker te horen zijn. Een verbeterpunt voor de volgende keer. Andere Lips zijn nog de Black Lips, die als geen ander de kunst verstaan van catchy garagerockliedjes spelen, continu onderbroken door expres oervervelende onderonsjes. Maar dat maakt het juist zo geinig. Anders dan The Flaming Lips heeft Black Lips ook geen confetti of ballonnen. Dus gaan er pleerollen het feestende publiek in. Prima oplossing toch?

Wilco. Foto: Erik Luyten

Maar voor het *kuch* muzikale vákmanschap schuiven we door naar het hoofdpodium voor Wilco. Jeff Tweedy en co. lijken vanavond in eerste instantie wat ingehouden te spelen, met een zeer nukkig ogende frontman. Maar het siert de mannen dat ze weigeren om voor dit grote publiek voor enkel een 'makkelijker' festivalset te gaan. Dus bevat de eerste helft van de set langere stukken Art of Almost (gitaarbeest Nels Cline mag meteen los), At Least That's What You Said, een laidback versie van Spiders/Kidsmoke, Laminated Cat van zijproject Loose Fur en Yankee Hotel Foxtrot's lastigste stuk Radio Cure. Dapper, maar het werkt niet allemaal even goed. Doch zie: spontaan lijkt Tweedy ergens halverwege te ontdooien, komt er een glimlach op het gezicht en is het in de tweede helft tijd voor een marathon oudere topliedjes: War On War, Via Chicago, I'm Always In Love, Heavy Metal Drummer en Jesus Etc. om er maar een paar te noemen. Allemaal zo goed gespeeld als alleen Wilco dat kan. Onvermoeibare drummer Glenn Kotche stapt op gegeven moment op zijn drumstel en in de schijnwerpers zie je de damp van zijn voorhoofd opstijgen... Zo'n finale dus.

Wat een luxe om direct hierna een andere persoonlijke favoriet van ondergetekende te mogen zien: The Walkmen geeft een bij vlagen bloedstollend nachtconcert, helaas op sommige rustige momenten gehinderd door het gedreun van Wolves In The Throne Room even verderop. Dat dreigt zich even te wreken bij de rustige start van We Can't Be Beat, opener van het nieuw album Heaven, maar met één enkele zuivere uithaal maakt zanger Hamilton Leithauser korte metten met die 'geluidsoverlast' van elders. De nadruk ligt vervolgens niet perse op Heaven, dat pas net uit is. Veel aandacht is er voor die broeierige gitaarliedjes van Lisbon (Angela Surf City, Woe Is Me), met gitarist Paul Maroon die er vaak bewust juist net naast ritme of leidende melodie gaat zitten met zijn gitaarlijntjes voor het spanningseffect. Halverwege is er ruimte voor Line By Line met enkel Maroon en Leithauser op het podium; misschien wel het meest beheerste nummer dat The Walkmen ooit opnam. Ook hier een hoogtepunt in een bezielde zet, met tegen het einde nog een publiek dat lós gaat op oudere hit The Rat. Zouden we dat op eigen bodem nog eens meemaken?

Hamilton Leithauser van The Walkmen. Foto: Erik Luyten

Hiermee is het nog niet gedaan, want tegen half drie 's nachts is Primavera Porto nog wel toe aan een feestje. En dat krijgt de massa van M83: frontman Anthony Gonzalez lijkt zelf oprecht zijn ogen uit te kijken als hij ziet hoeveel man er nog tot achterop die heuvel voor het podium staat, voor M83's toch niet alledaagse mix van haarscherp klinkende elektronica en shoegaze, die vanavond gigantisch en haarscherp klinkt op dit grote veld. Euforie maakt zich al meester van de massa bij meegalmer Reunion van dubbelaar Hurry Up We're Dreaming, en nog meer bij hit Midnight City en de rechtvooruit dansbare climax van de set. Thee Oh Sees verder op was vast ook leuk, maar deze finale hadden we toch niet willen missen.

Op het moment van schrijven is er nog een lange avond Primavera in Porto te gaan, met o.a. The Afghan Whigs, Spiritualized, The xx, Death Cab For Cutie, Lee Ranaldo, Veronica Falls, Washed Out en anderen. Laten we afspreken dat je daar later meer over leest. Over Primavera Porto kunnen alvast zeggen: fijn festival met nu al méér dan genoeg heel goede optredens, zonder dat het echter de Barcelona-ervaring tipt. Is dat erg? Nee, ook niet. Voor nu: adeus!

, , , , ,

Momentje, de reacties worden opgehaald...

Reageer
Je reageert op ..
Van




Inhoud