Motel Mozaïque, de zaterdag: klinkende overwinning voor Django Django
Luxeproblemen op festivals, wie heeft er niet ooit mee te maken gehad? Zo is het op de twaalfde aflevering van Motel Mozaïque mooi dat er met de clubs Bird en Mini Mall in de Rotterdamse Hofbogen twee extra locaties zijn gevonden om mooie acts in te programmeren. Met wel het gevolg dat het zeker op de tweede festivaldag nog moeilijker is om keuzes te maken.
Een ongetwijfeld mooie avond in de schouwburg met gevoelige zielen als Lisa Hannigan, Ane Brun en Patrick Watson, of toch liever dansen bij Britse bands The Maccabees en smaakmaker Django Django? Rats On Rafts eens in hun eigen stad aanschouwen misschien, of toch de folkies van Boy and Bear uitproberen? Te veel om uit te kiezen kortom, maar voor het optreden van The Antlers trekken we het volle uur uit, met het schitterende album Burst Apart van vorig jaar nog vers in het geheugen.
Voor de zwaarmoedige band rond Peter Silberman hebben zich in discohol Off Corso heel wat mensen verzameld, maar zeker niet voor een luchtig begin van de festivalavond. Zij krijgen bij dit eerste optreden van deze Antlers-tournee een heel beheerst opgebouwde set voor de kiezen. Het kwartet neemt in de opening behendig de tijd om setopener No Widows en het aangrijpende Two van vorig album Hospice stukje bij beetje op te bouwen tot aan grote, zelfs shoegazende climaxen. Na twintig minuten staat de teller op drie gespeelde nummers, zo’n opbouw dus, en meer postrock dan ooit.
Snellere, toegankelijke liedjes als Parentheses en Every Night My Teeth Are Falling Out van Burst Apart laat The Antlers vanavond links liggen; het tempo daalt gaandeweg het optreden nog verder om met intensere versies van Rolled Together en Hounds – meer muziekstukken dan liedjes - tot grootse hoogtepunten te komen. Aanzwellende gitaar- en synthmuren versmelten met elkaar en worden bij elkaar gehouden door de kalme, strakke drumpatronen, terwijl Silberman zijn huiveringwekkend hoge falset door Off Corso laat galmen. Zeer indrukwekkend, zelfs al laat de geluidsmix in deze zaal net als een avond eerder te wensen over. Twee nieuwe, wat introvertere nummers die de band naar eigen zeggen voor de allereerste keer speelt, volgen de lijn van soundscape-achtige nummers en beloven nog meer moois voor de toekomst. Deze kost was getuige het toenemende rumoer in de zaal niet voor iedereen, maar The Antlers lijkt tot meer dan ooit in staat.
Bij de snel rijzende folkies van Boy and Bear is er ruim een kwartier voor aanvang al geen doorkomen meer aan in De Gouvernestraat, dus is het een goed idee om te kijken hoe het staat met de Londense zussen Colette en Hannah Thurlow en hun band 2:54 in Rotown. Van hun titelloze, door de vermaarde Flood geproduceerde debuut (release eind mei) wordt het nodige verwacht – op papier op een snijvlak van Smashing Pumpkins-achtige rock en de ijle sferen van Warpaint. Maar dit spannings- en dynamiekloze optreden in Rotown tempert die verwachtingen behoorlijk. Van de broeiïerige spanning in een single als You’re Early blijft live niets over. Daar komt bovenop dat de zang dermate vals is dat heel wat mensen vroegtijdig het hazenpad kiezen...
…om alsnog bij The Maccabees in Off Corso te gaan kijken bijvoorbeeld. Drie maal is scheepsrecht: opnieuw speelt het matige zaalgeluid dit optreden parten. Voor de capaciteit die naar binnen kan, is dit misschien een geschikte festivallocatie, maar voor goed geluid en sfeer die aansluit op de rest van het festival beslist niet. Maar goed: zelfs al verzanden de moeilijk te horen zang van frontman Orlando Weeks en kleine gitaarlijntjes in een brij van donderend drumgeluid, de Engelse band geeft zoals gewoonlijk een prima show weg.

De doorbraak is er nu alsnog met wisselvallige derde plaat Given To The Wild, maar live is er bij The Maccabees op zich weinig veranderd sinds de eerste London Calling-shows van vier jaar geleden. Nog altijd staat de groep garant voor een hoogst aanstekelijke liveset met in hoog tempo gespeelde, springerige gitaarliedjes vol nerveuze energie en slimme hooks. Weeks is weliswaar officieel de zanger en frontman, maar zijn dunne stemgeluid kan de grote melodieën van het nieuwe werk niet altijd dragen, zeker live niet. Daarbij is hij officieel de frontman, maar de beweeglijke gitaristen links en rechts van hem eisen nog altijd meer aandacht op. Laat hyperactieve drummer Robert Dylan Thomas intussen maar schuiven: ook al zit hij er dankzij al z’n breaks en kleine roffels tussendoor wel eens naast, zijn spel bepaalt volledig de drive en energie van The Maccabees op het podium. Genoeg goeie nieuwe én oudere stuiterliedjes doen de rest: Feel To Follow, Pelican, Precious Time en I Will Love You Better zitten slim door de hele set verspreid. Nog altijd niet de beste Engelse band die je ooit zag, maar wel weer een zeer onderhoudend optreden van The Maccabees. En dat was dit jaar vast niet voor het laatst.
Hetzelfde kunnen we vast zeggen voor dé buzzband van Motel Mozaïque dit jaar: die inventieve Schotten van Django Django, makers van de leukste ‘Britpopplaat’ in tijden, vol met briljante, misdadig catchy liedjes en ideeën van het kaliber ‘hoe komen ze erop!’ In Rotterdam maken ze hun Nederlandse podiumdebuut, stiekem al ’s middags in de vorm van een 3voor12 sessie in kleine jazzclub Bird, met stressvolle gevolgen. Al ruim een half uur voor het begin van die sessie zit de tent zoveel voller dan eigenlijk zou mogen van de brandweer, dat er geen kip meer bij komt. Teleurstelling voor de deur en een brede securitybaas die binnen dreigt dat er mensen weg moeten, ‘anders gaat de voorstelling niet door.’ Wat je noemt een hype op het absolute kookpunt. En dan is het ’s avonds laat de naastgelegen Mini Mall die werkelijk uitpuilt op het moment dat deze vier zo doodgewoon en wat nerveus ogende jongens het kleine podium bestijgen.
Genoeg geleuter, u wilt weten of deze Djangos het waar maakten? Het antwoord: jawel, ruimschoots, en dat ondanks enkele opstartprobleempjes en de (samen)zang die live nog wat te wensen overlaat. Om daarmee te beginnen: die oh zo slimme meerstemmige zanglijnen verdrinken soms in de galm. Wat nodig blijkt omdat de jongens in deze setting nog geen nachtegaaltjes zijn. Dus klinken de koortjes van onverwoestbaar dansliedje Hail Bop nogal vals en bovendien horen we de gitaar van frontman Vincent Neff amper, wat toch een beetje zonde is bij dit perfecte popliedje met rete-aanstekelijke groove. Maar als de zenuwen en technische probleempjes eenmaal overwonnen zijn, is de Django Django-beer onverbiddelijk los. En dan bieden de Schotten live een hoop extra’s voor het oog, zoals fratsen met zoveel mogelijk percussie-instrumenten (zagen we daar kokosnoten?), cowbell en meerdere tamboerijnen tegelijk, een constant meedeinende, bebrilde man achter de keyboards en samplers met giga-tamboerijn in z’n hand, speelse kermis-geluidseffecten en een drummer die stuwend en strak samen speelt met de elektronica. Voor de extra pret krijgt hij soms gezelschap van een ander bandlid dat een fanatiek potje meeslaat.

En jawel: bij het publiek slaat die op gitaren en stemsamples gebouwde single Default nu al in als een bom. De voorste rijen springen alsof hun leven er vanaf hangt en de extra trommel voor Skies over Caïro (met Arabische keyboardlijn geleend van The Specials’ Ghost Town) draagt eraan bij dat binnen een mum van tijd niemand meer stil staat in de zaal: meewiegende hoofden all over the place. Vervolgens pakt de western-on-speed met sirene van WOR live nog een tandje feller uit, net als het sneller gespeelde Life’s A Beach en Silver Rays. Na vijftig minuten laat Django Django een dampende zaal achter en is de eerste klinkende overwinning op Nederlandse bodem een feit. Geloof de hype, als u dat al niet deed: dit wordt ook een van de voltreffers op de komende Lowlands. Django Django is de reden dat onze blik weer meer op nieuwe muziek uit het Verenigd Koninkrijk is gericht.
Wie heeft er dan nog zin in de weliswaar mooie, maar voor de onstane jubelstemming veels te rustige liedjes van Patrick Watson, wiens optreden overlapte? Hem zien we graag elders nog eens terug; Django Django was voor deze Motel Mozaïque de perfecte afsluiter van een nét iets wisselvalliger muziekweekend dan we de afgelopen jaren gewend waren. Dat ligt voor ons niet perse aan het ontbreken van een echte grote spraakmakende naam als Belle and Sebastian, Mumford & Sons of Fever Ray. Maar we misten dit jaar wel een venijnige dan wel muzikaal uitdagender uithaal zoals we die op recente edities kregen van Fuck Buttons, Battles, No Age, Trail of Dead of zelfs een Gaslamp Killer. Mogen we er volgend jaar weer enkele van deze gemenere acts bij ten koste van een lieve folkie of twee? Terugkomen naar dit altijd gastvrije festival doen we sowieso graag.
Foto's: Hanneke Goldsteen


