concertverslag, nieuws

Motel Mozaïque, de vrijdag: toch euforie bij desolaat Cold Specks, Moss op dreef

Joris, Zondag 22 04 2012, 16:58

Motel Mozaïque, de vrijdag: toch euforie bij desolaat Cold Specks, Moss op dreef

Cold Specks. Foto: Hanneke Goldsteen

Het is mooi om te zien, zoals festival Motel Mozaïque deze twaalfde editie nog meer dan voorheen zichtbaar bezit heeft genomen van de binnenstad. Los van alle optredens in de avonduren is er overdag op verschillende plekken meer te zien en te beleven dan ooit, ook voor de argeloze voorbijgangers. Plaza Mozaïque op het Schouwburgplein valt dit jaar op dankzij een groot, wit, opblaasbaar.... ding, straatmuzikanten (Torre Florim van De Staat kan er zomaar staan), een boekenmarkt en fijne stoeltjes die gerust meegesleept mogen worden...

En dan is het festival na vijf jaar ook teruggekeerd op de plek waar ooit station Hofplein was, tegenwoordig de Hofbogen genaamd, waar ook nieuw jazzpodium Bird en het zaaltje Mini Mall zijn gevestigd. Uiteraard zijn dit geschikte plekken voor 3voor12-sessies, een tentoonstelling en uiteraard optredens in de avond, terwijl er op het dak van de Hofbogen ook livemuziek is, plus de slaapplekken voor de nacht.

Vrijdag aan het eind van de middag een rondje langs die locaties maken is kortom genoeg om een fijn festivalgevoel te krijgen. Dus zitten we goed in de sfeer als aan het begin van de eerste festivalavond het voormalige Lantaren/Venster aan de Gouvernestraat wordt opgezocht. Des te jammerder is het dat deze avond letterlijk en figuurlijk toch een valse start kent. Er blijkt vanalles mis op het podium tijdens het optreden van de toch sympathieke Canadees Dan Mangan, met zijn in principe heerlijk zware raspstem en op plaat even zwierige als romantische liedjes. Niks van dat alles: Mangan heeft een ongekend slordige en lompe band bij zich die alle subtiliteiten béukt uit een prachtig liedje als About as Helpful as You Can Be Without Being Any Help at All. Mangan lijkt zichzelf niet te horen: hoe harder zijn band speelt, hoe valser hij zingt. De overdreven patserig spelende gitarist waant zich intussen in een potje Guitar Hero: genoeg reden om voortijdig af te haken. Spaarzame lichtpunten: een indringend nummer dat Mangan heel bezield en intens alleen brengt, grijpt wél aan. Dus zien we Dan Mangan graag nog eens solo terug, of hoe dan ook zonder deze band. Het publiek is zowaar beter bij stem, zoals iedereen die vreemde regel ‘robots need love too’ gedwee meezingt tijdens een sfeervol sing-along-momentje.

Dan Mangan 

Om de hoek in Rotown treffen we het New Yorkse White Rabbits, dat wat tammetjes opent met wat rustiger, elektronischer getint werk van nieuw album Milk Famous. Ook live valt dit wat tegen na eerdere, veel energieker optredens van deze band te hebben gezien. Gelukkig slaat de vlam alsnog aardig in de pan als de zes jongens een stuk energieker oudere hitjes van het alweer vijf jaar oude debuut Fort Nightly spelen, zoals dat springerige The Plot (‘He’s not impressed’) of While We Were Dancing. En ook oudere single Percussion Gun - met zware, opzwepende roffeldrums - doet het nog altijd goed. Aanstekelijke liedjes die alsnog voor een onderhoudend optreden zorgen, maar op deze manier zal White Rabbits niet meer het stempeltje ‘hartstikke leuk bandje’ ontstijgen. Écht memorabel wil deze Spoon-light maar niet worden.

Dit in tegenstelling tot de Canadese Al Spx, die met haar band Cold Specks voor een van haar eerste Nederlandse optredens haar opwachting maakt in jazzclub Bird: een nieuwe locatie voor Motel Mozaïque. Het is alvast goed om te zien dat een flink publiek de weg naar deze plek heeft weten te vinden, ondanks dat Bird een eind uit de richting van het festivalhart is. Ongetwijfeld zijn de verhalen over en de muziek van Cold Specks vooruitgesneld, onder andere dankzij het indringende Holland. Al Spx komt het podium opgesjokt in een vormloze, lange blouse die net zo goed doorkan als jurk. Nee, haar band moet het niet van een overdreven uitstraling hebben, met uitzondering van de gitarist met Blixa Bargeld kapsel dan misschien. Van haar stém moet Spx het hebben en die blijft live ook kaarsrecht overeind, meer dan dat zelfs.

Cold Specks

Zonder schijnbaar enige moeite zingt Spx met een even rauwe als warme stem haar blues. Ze begint een stuk a capella, waarna ze er meteen twee bekende liedjes in gooit: Blank Maps en Winter Solstice. Je zou denken dat ze haar kruit daarmee een beetje verschiet, maar eigenlijk staat deze set bomvol van al even sterke nummers, zelfs bij de eerste keer luisteren. Dat belooft wat voor het debuutalbum. De band klinkt nog niet altijd helemaal strak op elkaar ingespeeld, maar dat maakt het optreden levendig. De songs van Spx worden indrukwekkend ingevuld met oa. een extra gitarist, toetsen en cello. Soms doet de band zelfs wat denken aan The National zelfs, bijvoorbeeld in het meer uptempo Hector, waarop de drums primitief rechtdoor duwen en de tweede gitarist zijn beste Matt Berninger-stem opzet.

Op het ene moment lijkt de blues van Cold Specks van het meest desolate soort, totdat de bandleden Spx in alle kracht bijstaan, stukken uit volle borst meezingend. Op dit soort momenten overheerst juist de euforie: alsof de band wil zeggen: ‘al gaat de hele wereld om ons heen nu kapot, alles komt goed.’ Tussendoor breekt Spx de zwaarte nog even met een paar flauwe grappen en een korte Fresh Prince of Bel Air-cover. Het wérkt ook nog eens en ze krijgt het publiek makkelijk mee. Deze zaal is alvast overwonnen, geen twijfel over mogelijk. En er zullen er meer volgen.

Wat introverter is de verwarmende folk van Bowerbirds, band van echtpaar Philip Moore en Beth Tacular. Met de derde, erg mooie plaat The Clearing op zak staan ze op het podium van de Gouvernestraat, stemmig belicht met twee grote doeken die achter de muzikanten hangen. Na een mooie opening met vierstemmige a-capella zang, speelt de band hecht zijn liedjes. Door de jaren heen is er duidelijk de nodige ervaring opgebouwd. Ook live klinken nieuwe liedjes als Tuck the Darkness In en Overcome with Light (die samenzang van de twee!) erg goed, met zorgvuldig uitgespeelde arrangementen van piano, accordeon en strijkers. Opvallendst is wel dat sommige liedjes live net wat minder ingetogen zijn dan op plaat: Stitch the Hem wordt er met zijn tegendraadse ritmes zelfs swingend van, door toevoeging van shakers en drums die zich niet inhouden. Goed, hier en daar sluipen nog een paar kleine foutjes in de nieuwere nummers, maar ook live klinken de liedjes vooral warm. This Year barst zowaar open met een flinke bak gruizige distortion over de gitaar. Het zijn dit soort momenten die de show net de extra dynamiek geven om de aandacht van de volle zaal erbij te houden.  

De ene zaal van De Gouvernestraat uitlopend, treffen we een wachtende massa voor een inmiddels al volle zaal voor Ben Caplan & The Casual Smokers. Dus is het alternatief de op papier interessante boeking van het Turkse drietal Hayvanlar Alemi in de Schouwburg. De band speelt een instrumentale mix van postrock en kraut, maar doet dat zonder enige spanningsboog of veel opbouw. De ervaring wordt er niet beter op door het feit dat lichten telkens in één stand staan: vol open, en de drie uit hun ogen kijken alsof ze iets te lang aan de waterpijp hebben gehangen. Er zijn kleine momentjes waarop de band je even pakt met hun spionagemuziek, totdat er weer een verschrikkelijk foute rockfill door de drums wordt ingebracht. Jammer, toch echt een kleine deceptie.

Even daarvoor hangt een gewillig publiek in een volle Schouwburgzaal tot ver achterin aan de lippen van zanger/gitarist Fink. Wonderlijk genoeg. Hij is de grote naam van de eerste avond en de man die vooral veel dames voorin met het grootste gemak om de vinger windt dankzij zijn slicke, bluesy gitaarspel, charismatisch hoofd en een behoorlijk soulvolle, ietwat croonende stem. Maar toch: het spannendst om te zien bij binnenkomst halverwege dit optreden is nog de cirkelvormige lichtinstallatie om de band heen, die feller oplicht op de momenten dat de sobere songs van Fink nog iets aanzwellen. In man’s liedjes gebeurt echter bar weinig opzienbarends, ondanks een veilig broeierig sfeertje. Ook iets hardere klappen op een drumstel of echoënde dubeffecten uit de gitaar weten bijvoorbeeld een eindeloos uitgesponnen Sort Of Revolution nooit spannend of meeslepend te maken. Het publiek onthaalt die goedkope fratsen echter alsof de grootste gitaarvirtuoos aller tijden op het podium staat. Kan zijn: Fink speelt vooral heel keurig en wat onderkoeld zijn saaie vinexbluesnummers, zonder ook maar een moment uit de band te springen.

Fink

Gelukkig hebben we Jamie N Commons nog, de jonge Brit die wel z'n hele vocale hebben en houwen eruit gooit, met een indrukwekkende bluesy raspstem die je eerder zou koppelen aan grommende landlopers op de leeftijd van Tom Waits. Zoals Commons –met zoals altijd een zwarte hoed over zijn halflange haar – met zijn band als opening de gospel Wade In The Water inzet, is indrukwekkend. Een direct hierop volgende, intense uitvoering van doorbraaksingle The Preacher is dit nog meer. Nog steeds is dit de aardsdonkere song van de Brit die je echt de stuipen op het lijf jaagt. Dit blijkt dan helaas wel meteen Jamie N Commons op zijn rauwst en allerbest: zijn overige, veel gladdere en nogal doorsnee liedjes blijven te ruim binnen de lijntjes van de bluesy rootsrock en kunnen bij lange na niet tippen aan The Preacher. Hooguit volgende single Devil In Me komt in de buurt. Ja, Jamie N Commons heeft talent en heeft voorlopig genoeg aan zijn ongelooflijke stemgeluid om een groot publiek te verbazen. Maar met zo’n langzaam, spanningsloos middenstuk van zijn optreden zoals vanavond? Dan is de verbazing gauw over.

Ook vooraanstaande Nederlanders van dit moment hebben hun plek op Motel Mozaïque. Zo bewijst het vierkoppige Moss middenin een goeddeels uitverkochte clubtour geweldig op dreef te zijn in een goed gevulde discotheek Off_Corso. Niet de ideale plek voor optredens overigens, met een matig geluid dat al snel een brei dreigt te worden. Maar dat kan Marien Dorleijn en co. op deze late avond niet deren. Heel gedreven en vol energie speelt Moss in hoog tempo liedjes van de albums Never Be Scared/Don’t Be A Hero en uiteraard het nieuwe Ornaments, waarvan de nummers als vertrekpunt vaak spannende, inventieve ritmes hebben (Good People, The Hunter, een daverend klinkend Spellbound). Dorleijn zingt krachtig en bezield; doordat de met beamers uitgelichte band geregeld nogal in het donker staat, zou je bijna missen dat alle bandleden verantwoordelijk zijn voor de mooie koortjes in de liedjes. Ruim halverwege neemt Moss pas gas terug met onder meer Apparatos en I Apologise (dear Simon). De grootse finale van meer dan tien minuten heet dan Silent Hill, uiterst beheerst opgebouwd tot een groots rockende climax. In deze verbluffende uitvoering moet dit nummer altijd al bedoeld zijn geweest. Grote klasse, en een flinke tand indrukwekkender dan het leeuwendeel van de internationale concurrentie op deze avond.   

In Rotown heeft zich intussen een aardig publiek opgehoopt voor het Brooklynse Light Asylum. Een band waarvoor het medium van een plaat in eerste instantie niet de beste is: Light Asylum moet je vooral live gezien hebben. Allereerst is er het uiterlijk van de twee: een veel te bleke, iele jongen met vlassig baardje dat geconcentreerd aan zijn apparatuur draait, met naast hem zijn tegenbeeld: de sterke Shannon Funchess als een militante, stevige Grace Jones. In al haar voorkomen is ze krachtig: de manier waarop ze meedrumt, in al haar bewegingen op het podium (inclusief al net zo militante dansjes overigens) en ook de manier waarop ze het publiek gevaarlijk aankijkt.

Haar missie? Om de hele tent aan het dansen te krijgen. Zelf legt ze daarvoor alvast al haar energie in het optreden, waardoor ook het publiek steeds meer opgaat in de show. En dat is zeker niet verwonderlijk, in alle compromisloze lompheid van deze muziek. Beats lijken vaak tot het maximum gecompressed, synths zijn snoeihard en dat alles doordrenkt in hunkering naar de jaren ’80.  Zo zit er niets anders op dan volledig mee te gaan in de show, alleen al door de overtuigingskracht en energie die van Funchess afkomt. Eigenlijk zou dit het beste nog later op de avond werken, in een écht volgepakte zaal, maar zeker: het lukt Light Asylum behoorlijk om Rotown mee te krijgen. Zorg dat je dit in de toekomst live gaat zien, dit afsluitende hoogtepunt van een toch wat wisselvallige eerste Motel Mozaïque-avond. De volgende dag belooft ons onder meer The Antlers en Django Django; zullen zij dan de uitschieters worden? 

Verslag: Joris Rietbroek (Dan Mangan, Fink, Moss, White Rabbits, Jamie N Commons) en Barry Spooren (Cold Specks, Bowerbirds, Hayvanlar Alemi, Light Asylum). Andere acts gezien? Praat mee in de comments.

,

Momentje, de reacties worden opgehaald...

Reageer
Je reageert op ..
Van




Inhoud