Review: M. Ward - A Wasteland Companion
Je zou het bijna vergeten dankzij zijn vele uitstapjes: Matthew Ward brengt onder eigen naam ook nog platen uit, naast zijn andere projecten She & Him en Monsters of Folk) en gastbijdragen bij onder anderen Cat Power, Neko Case, Jenny Lewis en My Morning Jacket. En reken maar dat M. Ward al wat indrukwekkende albums op naam heeft staan; Post-War uit 2006 bijvoorbeeld, een prachtig album dat nog altijd indringend is door de thematiek: hoe gaat het verder met Amerika na alle rotzooi die zich in Irak afspeelt? Geïnspireerd op de muziek uit de jaren late '40 en jaren '50, net na de Tweede Wereldoorlog.
Achter het nieuwe A Wasteland Companion gaat is de thematiek minder afgebakend. Dat hoeft natuurlijk geen probleem te zijn, want dat is niet nodig om per definitie een goede plaat te maken. Maar tegelijkertijd klinkt dit album toch ook minder consistent dan de voorgangers, zowel in geluid als qua liedjes. Opener Clean State stemt meteen gelukkig: een prachtig klein liedje, de warme stem van Ward en een rustig tokkelende countrygitaar is genoeg om meteen grote indruk te maken.
Het is nog wel opgedragen aan de overleden Big Star-voorman Alex Chilton, inclusief persoonlijke tekst: 'When I was a younger man, I thought the pain and defeat would last forever. But now I don't know what it would take to make my heart back down.'
De luisteraar krijgt daarna meteen de frivole boogie van Primitive Girl voorgeschoteld, een liedje dat je misschien eerder met metgezel Zooey Deschanel van She & Him zou verwachten - zij komt even later overigens nog voorbij op het album in Sweetheart, een cover van Daniel Johnston. Me & My Shadow doet daarna weer een stap terug, begint mooi klein en intiem, lo-fi zelfs, waarna er een vuige gitaar met rock 'n' roll-bas inkomt. Het werkt wel, maar je bent geneigd te denken of de keuze voor één van beide ideeën niet nog beter had gewerkt.
Zo wordt je op deze plaat iets teveel heen en weer geslingerd tussen uitersten en merk je dat Ward toch echt op zijn best is in downtempo, persoonlijke liedjes waarin zijn volle stem ook nog eens het beste uitkomt. Liedjes als The First Time I Ran Away, waarin je bijna de vertwijfeling in zijn stem hoort en het soort dat het niet van productie, maar van het liedje zelf moeten hebben. Neem ook Watch The Show, dat meteen een donkerbruine countrysfeer weet op te roepen, of There's A Key, waarin Ward zingt als een omhelzing: 'And now I'm conquering an ocean, one wave at a time (...) Armed with this key on my piano that I play for you.' Zo zijn de beste liedjes absoluut te vinden op de tweede helft van de plaat.
Waar laat dat A Wasteland Companion? Er zijn een aantal mooie songs op de plaat te vinden, maar toch klinkt de plaat soms iets te fragmentarisch. Noem het een zoektocht die uitwijst dat dicht bij huis blijven soms toch het fijnst is.


