Review: Howler - America Give Up
Weet u nog, dat we vorig jaar rond deze tijd nogal wild werden van Dye It Blonde van Smith Westerns? Dat album stond vol snedige doch lekker nonchalant gespeelde liedjes, inclusief een kneiter van een hit in de vorm van Weekend. Hoe leuk die plaat ook nog steeds is – van de week werd ‘ie weer eens opgezet -, op de langere duur bleek die toch ook weer niet een heel jaar houdbaar, getuige ook de afwezigheid in de meeste jaarlijstjes over 2011.
Nog geen flauw idee wat de houdbaarheidsdatum van America Give Up zal zijn, maar man oh man, voor nu bezorgt dit heerlijke debuut van jonge garagepopband Howler uit Minneapolis ons op ongeveer dezelfde manier een nog veel blijer gevoel dan dat tweede Smith Westerns-album van vorig jaar. Wat heet: deze elf even gruizig doorscheurende als zwaar catchy gitaarliedjes in grofweg een half uur schuren even goed als dat ze uitnodigen tot onstuimig dansen en meebrullen. Met het verschil dat het lekker lofi opgenomen America Give Up nu al een verslavender werking heeft, dankzij een flinke dosis meer energie en een gezonde stapel pakkende hooks.
Of meteen aanstekelijke handclaps in de loom startende plaatopener Beach Sluts, dat echter na een paar maten onbevangen in de volste versnelling doorschiet, inclusief geweldig refrein. Of neem de mengeling van achteloze nonchalance met licht valse ooh-ooh-koortjes die puntige liedjes Back To The Grave (met heerlijk smerige gruisgitaren) of Wailing (Making Out) onweerstaanbaar maken. En dan is het bozer klinkende Pythagorean Fearem weer het beste The Strokes-liedje dat die band al een jaar of tien niet meer heeft gemaakt.
Jawel, daar is dan je volgende eigentijdse vergelijking, maar America Give Up klinkt dan ook zoals die laatste mislukte The Strokes-plaat van vorig jaar eigenlijk had moeten klinken, wilden die lui geworden New Yorkers nog een potje kunnen breken. En nee, zo is Howler dus niet de origineelste band die je in tijden hoorde, al is de wat afwijkende stem van frontman Jordan Gatesmith opvallend. Die duikt soms ietwat geforceerd de laagte in, alsof een 45-toerenplaat even op 33 toeren wordt afgespeeld. Maar verder: de elf liedjes zijn allemaal goed en lekker, de band klinkt cool en gretig en van vijf jongens van net geen twintig zouden we niet anders willen dan liedjes over drank en meiden. Yeah! Je snapt al snel waarom Howler hoog eindigde in de band to watch-lijst voor 2012 van NME.
Stuiter dus mee op zwaar besmettelijke liedjes als This One’s Different, Back Of Your Neck of Black Lagoon en hoop mee dat de makers van deze leukste gitaarplaat van het moment hun kunstje op het podium – in tegenstelling tot die Smith Westerns dan weer – ook waar weten te maken. Dat kunnen we binnenkort zelf zien in Paradiso, op vrijdag 10 februari.
Howler - Back Of Your Neck


