Review: The Black Keys - El Camino
Een zuigende gitaarriff zoals we ‘m dit jaar amper nog hoorden, een niet te stoppen rock ’n’ roll-beat plus een meesterlijk meebrulrefrein én een bijbehorende, opzettelijk koddige video van een zich uit de bilnaad dansende kerel, de blik nonstop op bloedserieus. Meer hadden Dan Auerbach en Patrick Carney a.k.a. The Black Keys de afgelopen maand niet nodig om ons bloed veel sneller te doen stromen en een glimlach op het gezicht te toveren.
Tweede, iets poppiër voorsmaakje Run Right Back smeerde onze stramme heupen definitief los en we voelden het aankomen: The Black Keys gaat ons met zevende album El Camino een zalige eindejaars-rock ’n rollplaat schenken. Nu is deze minibus in volle vaart de huiskamer binnengereden en wordt de belofte van die twee nummers met schijnbaar groot gemak waargemaakt. Wat heet: overtroffen zelfs, op een bondige, zeer toegankelijke rockplaat van elf nummers. Onvervalste hits horen zelfs, met meer arrangementen en opvallend veel koortjes, die The Black Keys ongetwijfeld nog veel verder gaan brengen dan waar het duo nu al staat. En daarvoor worden wortels en eigen smoel geen moment verloochend. Knap werk.
En dat van een band wiens carrièreverloop van de afgelopen tien jaar er stiekem een van het bijzonderder soort is. Wie had immers zo rond 2003 verwacht dat een rammel-bluesrock duo met viezig naar olie ruikende, voor een appel en een ei opgenomen platen als Thickfreakness en Magic Potion ooit nog eens Amerikaanse sportarena’s of een Nederlandse Heineken Music Hall zou vullen? Véél spelen en véél goede songs en platen blijven maken; dat deed veel van het werk en bovendien gingen zanger/gitarist Auerbach en drummer Carney op Attack & Release (met hulp van producer Danger Mouse) en zeker op soulvol meesterstuk Brothers van vorig jaar flink de diepte in. De gitaar/drum-bezetting werd losgelaten, met het toelaten van orgeltjes, bas, koortjes en zelfs synths in de langzamere Brothers-liedjes.
Wellicht dat dit veel geprezen doch flink rustiger en vrij lange album wel de voedingsbodem was voor de steviger no nonsense-aanpak voor El Camino, waarop het gaspedaal slechts een enkele keer minder hard wordt ingetrapt. Dat gebeurt pas na een openingssalvo met Lonely Boy, het met koorzang, orgel en zelfs glockenspiel aangeklede popliedje Dead And Gone en ander hoogtepunt Gold On The Ceiling, in Little Black Submarines. Halverwege het als akoestische ballade startende folkliedje raakt de boel hier echter alsnog in een stroomversnelling, dankzij een van de vele zwaar verslavende gitaarriffs die Auerbach voor El Camino uit de mouw schudde. Een goed livegevoel in de productie versterkt de opwinding; het is altijd goed om op de achtergrond meerdere uitgeroepen ‘hey’s’ door de muziek heen te horen. ‘But everybody knows that a broken heart is blind’, zingt Auerbach, zo in één zin nog even de constante thematiek van zijn songs samenvattend. Gebroken harten, eigenlijk nogal nare vrouwen, dat soort werk. Een inspiratiebron die bij The Black Keys maar niet wil vervelen.
Noteer naast ultieme plaatopener Lonely Boy verder vooral geweldig doorstampende knallers als het swingende Gold On the Ceiling (swingend, handclaps), Money Maker (gebouwd op een meesterriff) en Nova Baby. Het zijn stuk voor stuk catchy brokken opzwepende en pakkende rock ’n roll die direct zo herkenbaar klinken alsof je ze al honderden keren op de radio hebt gehoord, maar waarmee Auerbach en Carney je tegelijkertijd toch het opwindende gevoel van iets nieuws bezorgen. Om de overige nummers niet tekort te doen: op El Camino staan eigenlijk geen zwakkelingen. Na dat dieper gravende Brothers is El Camino de ‘alle elf goed’ van The Black Keys geworden, met in plaats van een schone dame wel een roestig busje op de hoes.
Liefhebbers van het eerste (lofi)uur zullen terecht opmerken dat de échte rauwe rand uit het geluid is verdwenen – El Camino kan bij vlagen zelfs Ietwat gelikt klinken –, maar alleen daarover mekkeren zou de geweldige liedjes van Cartney en Auerbach tekort doen. En live zullen de Keys ongetwijfeld net zo krachtig en ruig kunnen overrompelen als voorheen, vanaf nu ook voor ramvolle festivalweides en grote tenten, waar duizenden kelen komende zomer ‘I’m a lonely boy!’ mee zullen blèren.
“Don’t let it be over”, verzucht Auerbach nog, weer versterkt door weer zo’n koortje, in slotstuk Mind Eraser. De wanhoopstekst zal voor hem niet direct slaan op deze puntige plaat, maar toepasselijk is het wel. Gelukkig nodigt zo’n bondig album hartelijk uit tot steeds weer opnieuw draaien. ‘Play Loud!’, meldt de grote sticker op de vinyl-hoes van El Camino. Zelden volgen we met zoveel graagte het advies van een band zelf op. Kon die versterker maar echt op elf.
The Black Keys geeft op 1 februari een concert in het Eindhovense Klokgebouw. El Camino staat in de Kicking the Habit Triple AAA-list, met meer reviews van de beste albums van de afgelopen tijd. Of meer recensies in het kort, in Short Kicks.
