concertverslag, nieuws

Minstens een teleurstelling te veel op de London Calling-vrijdag

Joris, Maandag 14 11 2011, 12:09

Minstens een teleurstelling te veel op de London Calling-vrijdag

Dum Dum Girls op London Calling. Foto: Hanneke Goldsteen

Een jaar of vier, vijf geleden verkochten kaartjes voor het halfjaarlijkse London Calilng in Paradiso uit voor er ook maar een band bekend was gemaakt. Maar echte Britpop zit al wat jaartjes in een forse dip, een nieuwe Kaiser Chiefs is op dit festival al een tijdje niet meer opgestaan, dus de hype is er al even af. Dat je echter nog op de vrijdag zelf kaarten krijgen voor diezelfde London Calling-avond?

Dat gebeurde nog niet eerder, ondanks een op papier gevarieerde mengeling van aardige aankomende Engelse bands (Veronica Falls, Breton, Wolf Gang) en Amerikaanse nieuwelingen (Dum Dum Girls, Other Lives, Washed Out), plus een oude, vrij populaire rot in de vorm van The Rapture. Geen nood: Kicking the Habit bezocht deze vrijdagavond en trof een uiteindelijk ramvol Paradiso aan. Al viel de muzikale oogst deze avond uiteindelijk nogal tegen.

Het chemieloze jongen-meisjeduo Big Deal met twee fuzzy gitaren, nummers die amper kunnen doorgaan voor liedjes en slechte zang zien we aanvankelijk nog als een valse start. Big Deal? Was het maar zo’n feest. Grote Zaal-opener Dum Dum Girls weigert vervolgens echter te imponeren, ondanks een flinke sprong vooruit op tweede album Only In Dreams, vol pakkende sixties rock 'n' rollliedjes voorzien van flinke gitaarmuren en zoete koortjes. Live blijft het helaas nog behelpen met de dames. Ook al zien zij er heupwiegend in hun pantys en raggend op de gitaren nog zo cool uit, door de beroerde geluidsmix komen die gitaren amper boven de dreunende drums uit zodat de al niet heel gevarieerde liedjes opeens heel inwisselbaar worden. Zelfs de op plaat geslaagde Smiths-cover There Is A Light That Never Goea Out is aanvankelijk bijna onherkenbaar. Op het podium is Dum Dum Girls nog steeds niet verder dan het charmante niveau van zo'n anderhalf jaar terug. Toen was het een voldoende, nu niet.

Exitmusic uit New York is een van de beloften van deze avond dankzij de From Silence-EP, waarop vier bezwerende nummers staan die zich ergens tussen een luider Beach House en - zo blijkt vooral live - Esben and the Witch in zitten. Rustig van start gaande, donkere liedjes met beats en kabbelend gitaarwerk als The Sea en The Silence kunnen opeens gigantisch aanzwellen, zodat zangeres Aleksa Palladino er soms nauwelijks bovenuit komt. Het mooie refrein van The Hours zorgt voor wat licht in de duisternis. Wel jammer: de gigantische overdaad aan vibrato op de stem van Palladino die ons op de EP nog bespaard blijft: dat mag een onsje of drie minder. We horen volgend jaar graag nog eens of dit verbeterd is; vooralsnog is de belofte goeddeels ingelost.

Other Lives op London Calling

Other Lives

Amerikaans indiefolkgezelschap Other Lives uit Oklahoma heeft het intussen maar mooi voor elkaar deze maand, met optredens op alle belangrijke festivals: London Calling, Crossing Border en Le Guess Who?. En dan is de groep al maande achtereen onderweg dit jaar. In de grote zaal van Paradiso blijft dat vleugje magie in de lucht dat op Lowlands boven ons dreef dit keer uit, maar de band onder leiding van zanger Jesse Tabish laat wel heel gedreven en met een groot geluid horen waar Other Lives voor staat: voor  melancholische composities zo weids als de vlaktes in hun thuisstaat, met meeslepende zang en knappe stukken orkestratie, zeker in nummers als For 12 en Landforms, te vinden op tweede album Tamer Animals van dit jaar. Eén cello en een viool klinken door wat live sampling plotseling als een heel orkest. Geslaagde set van Other Lives, dat op Crossing Border en Le Guess Who? dat met muziek die qua sfeer ook wel aan The National doet denken (titelnummer Tamer Animals!), ongetwijfeld nog meer zieltjes gaat winnen.

Aan de muziek van het Engelse Veronica Falls is juist heel weinig verzorgd, maar dat is dan ook juist de charme van dit leuke Londense rammelrockbandje, voor wie daarvoor tenminste gevoelig is. Wel zien we min of meer hetzelfde euvel als bij Dum Dum Girls: op het leuke Veronica Falls-debuut hoor je de gave voor scherpe koortjes en melodieën intussen heel goed, live is er sinds we de twee jongens en twee meisjes vorig jaar september een keer zagen helemaal niets veranderd. Dat is bij Veronica Falls net wat minder erg: liedjes als Beachy Head en Come On Over jakkeren onverstoorbaar door in een ramvolle kleine zaal en de lachende bandleden hebben het zichtbaar naar hun zin. Dat hun zang soms tenenkrommend vals is? Mja, dat hoort er bij een bandje als dit toch een beetje bij...

...zoals dat bij een heel bewust hitgevoelig bandje als Wolf Gang volslagen misplaatst zou zijn. Wie de grote zaal binnenkomt bij dit Engelse snoepje van het moment, zit keurig gekapte jongens heel behoorlijk en enthousiast liedjes spelen, terwijl het publiek wacht om te kunnen hopsen op met dikke brokken elektronica aangeklede danssingles The King And All His Men of het met U2/Coldplay-wooohwooooh-koortjes volgestopte Lions In Cages. Catchy hits hoor, maar wel volledig op maat gesneden voor de 3FM-achtigen van deze wereld en daarmee uiteindelijk zo voorspelbaar als de pest. Het publiek lust die hits maar al te graag: vast te vinden dus op Pinkpop komend jaar, mede dankzij het echte showmannetje als zanger dat graag een superster wil zijn. Of hebben we rond die tijd alweer drie andere van dit soort bandjes gehad?


Wolf Gang op London Calling

Stukken spannender, hoewel nog lang niet af, is de aardig rockende elektro van het Engelse Breton, die vooral ritmisch al lekker in elkaar steekt, zo vindt ook het dansgrage publiek. Naast wat vulling die we alweer vergeten zijn, bevat de set ook enkele opzwepende momenten. Om in de gaten te houden komend jaar. Die opzwepende momenten blijken dan weer akelig voorspelbaar bij de grotere, reeds langere tijd bekende naam van deze avond: The Rapture uit New York, ooit in 2003 flink gehypet dankzij de zogenoemde ‘punkfunk’-golf die toen gaande was, met onder meer ook !!! en het als winnaar uit de bus gekomen doch inmiddels ter ziele LCD Soundsystem.

Ja, er is dit jaar weer een nieuw album genaamd In The Grace Of Your Love uitgekomen, maar wie ligt daar wakker van? Vooruit, How Deep Is Your Love? is een fijne hit, maar het kwartet lijkt zelf ook dondersgoed te weten waar dat beetje roem van vandaag nog aan te danken is: aan doorbraakalbum Echoes van acht jaar terug - de set op London Calling bestaat voor de helft uit het weliswaar sterke werk van die plaat -  en zeker onverwoestbare dansvloerkneiter House Of Jealous Lovers. Hoewel, onverwoestbaar? Bijna wordt zelfs dit nummer met killer baslijn om zeep geholpen dankzij de even horkerige als houterige drummer van de band, die totaal geen verleidelijke groove of zoiets als schwung in zijn spel weet te leggen en er in zijn roffels te vaak naast zit. Dat danst niet fijn; de drumcomputer doet beter werk (!). Gelukkig is de hoge krijszang en het krassende gitaarspel van Luke Jennings in oude stampers Echoes en Killing nog altijd fijn om te ervaren en horen we op de beste momenten Talking Heads-achtige stukken met saxofoon en koebel, maar de band oogt weinig energiek, op het uitgebluste af. Dat het publiek toch nog tot halverwege de zaal staat te springen, mag een klein wonder heten. Hulde aan u dus, vooral.  

Na deze teleurstelling worden we toch nog even verrast door het Londense Spector, met vijf in keurige pakken gestoken jongemannen op het podium (we herkennen studentikoze zanger met hoornen bril Fred MacPherson van voorheen Ox.Eagle.Lion.Man.), die ons de kleine zaal insleuren met enkele zeer aanstekelijke liedjes met als hoogtepunt What You Wanted. Een beetje als The Killers, maar schrik niet: dan wel veel speelser en met een typisch Brits, ironisch sausje eroverheen. Spector is er nog niet: die langzamere liedjes in de tweede helft van deze korte set boeien niet, maar onze interesse is gewekt dankzij zeker drie bonafide hitjes.

Chillend de avond uitgaan lijkt ons een prima plan, dus zouden we bij Washed Out aan het juiste adres moeten zijn.  Ernest Greene’s project blijkt live een band van vijf jongens en meisjes, en drie synthesizers op een rijtje, maar waar die opstelling precies goed voor is? De dames op links die toetsen spelen, hebben vaak niets te doen dan met een (niet te horen) tamboerijn spelen. De kordate drummer en een bassist voegen wel wat toe aan de muziek, die live een stuk vlotter en dansbaarder uitpakt dan prijsalbum Within And Without doet vermoeden. Maar zo verzandt de muziek ook net wat meer in doorsnee discopop, terwijl die plaat juist zo weids en mooi klinkt. Het blijft zo tussen chillwave en rustige danspop hangen voor een publiek dat los wil gaan rond dit tijdstip (twee uur ’s nachts), zodat dit ook al wat teleurstellende optreden van Washed Out terecht niet meer dan een mager applausje oogst.

Zo verlaten we Paradiso niet geheel bevredigd, zonder nu echt een overtuigend optreden te hebben gezien waarvan je kan zeggen: ‘Hier stond nu the next big thing, waar we nog lang plezier van kunnen hebben.’ Zaterdagavond bood naar verluidt meer op dit gebied, dankzij de ook hier reeds gespotte Jamie N Commons, Will and the People en Azealia Banks. Geen nood dus; hen zien we ongetwijfeld binnenkort nog eens terug in de Nederlandse clubs.

Foto's: Hanneke Goldsteen

, ,

Momentje, de reacties worden opgehaald...

Reageer
Je reageert op ..
Van




Inhoud