concertverslag, nieuws

Gillian Welch en Dave Rawlings houden Paradiso twee uur in hun ban

Joris, Dinsdag 08 11 2011, 14:48

Gillian Welch en Dave Rawlings houden Paradiso twee uur in hun ban

Gillian Welch en Dave Rawlings. Foto: Tim Teeling (CC)

"They say about Amsterdam that it's a banjo loving town", zegt bluegrasszangeres en -icoon Gillian Welch maandagavond tegen een mudjevol Paradiso, met heerlijk zuidelijk Amerikaanse accent en gehuld in een van haar karakteristieke blauwe jurken. Damn' right! Het zit deze avond alleen niet zo mee met de banjo die Welch en haar partner in crime Dave Rawlings voor hun enige Nederlandse concert hebben meegebracht. Dat verrekte temperatuurverschil tussen de kleedkamers van Paradiso en dat veel warmere podium ook... De banjo van Welch is er een beetje door ontstemd geraakt.

Zodanig dat twee liedjes toch echt moeten worden afgebroken om het instrument niet meer dat tikkie vals te laten klinken. En dat opnieuw stemmen mag best een paar minuten duren. Het tekent op een mooie manier het perfectionisme van Welch en haar vaste muzikale (en levens)partner Rawlings. Zowel op plaat - eindelijk was daar deze zomer na acht jaar een nieuw Gillian Welch-album, het prachtige The Harrow and the Harvest - als op het podium staat dit perfectionisme echter geheel in dienst van het warme gevoel in Welch' liedjes en de intense beleving ervan.

En of die onderbrekingen storen? Niets daarvan, als het duo zich in Amsterdam al irriteerde aan het manko, dan was daar voor ons niets van te merken. Welch en Rawlings maken er gewoon een kleine act van, tot groot plezier van het publiek. En ja: die hang naar perfectie is in deze sobere, deels akoestische opstelling ook noodzakelijk. Wie Paradiso voor aanvang van dit concert binnenkomt, ziet enkel twee microfoonstandaarden en een gitaarversterker op het podium staan.

Die spullen, een handvol gitaren en die 'old, cranky banjo', plus hun nog altijd wonderlijk mooi bij elkaar passende stemmen, meer blijken Welch en Rawlings niet nodig te hebben om 1500 uiterst devote fans in een lang van tevoren uitverkocht Paradiso bijna twee uur lang in hun ban te houden, van de eerste tot de laatste seconde. En als mede dankzij een aandachtige, heerlijk stille zaal ook iedere gespeelde noot te horen is, dan moet ieder geluid dus ook perfect klinken. Gelijk hebben ze.

Vanaf het eerste liedje is het eigenlijk al raak en wordt de toon gezet. Orphan Girl, opener van Welch' debuut Revival uit 1996, klinkt met slechts twee gitaren heerlijk behaaglijk en is loepzuiver gezongen. Ook al doen Welch en Rawlings niet aan vocale acrobatiek, toch spreekt er direct veel gevoel uit hun soms wat omfloerste stemmen. Herkenningsapplausjes en gejoel weerklinken volop aan het begin van de liedjes die volgen en na iedere ingewikkelder gitaartruc van Rawlings; jawel, hier gebeurt zowel op het podium als in de zaal iets bijzonders. Dat er na al die jaren nog altijd een tastbare chemie tussen de twee bestaat, helpt goed mee.

Wat volgt is een haast perfecte afwisseling van vlottere bluegrassliedjes en tragere countrysongs vol verhalen over een donker Amerika, soms nostalgisch aanvoelend en uit vervlogen tijden, met uiteraard de nadruk op het prachtige werk van het nieuwe The Harrow and the Harvest. Het donkere Scarlet Town heeft iets dreigends, en die banjo moest inderdaad perfect klinken om de schoonheid van het sombere The Way It Will Be adembenemend te krijgen. Daarnaast komt er uiteraard werk voorbij van alle vier voorgaande Gillian Welch-albums, met als vroeg hoogtepunt Elvis Presley Blues van Time (The Revelator) en later in de set Caleb Mayer (Hell Amongst The Yearlings) en Look At Miss Ohio (Soul Journey). Verrassingen zijn er ook, in de vorm van een geslaagde, zich geheel eigen gemaakte Radiohead-cover (Black Star, te vinden op Radiohead-album The Bends).

Ja, het gaat hier al een tijdje over het concert van Gillian Welch, het is immers haar naam die op de affiche staat, maar waag het intussen niet het aandeel van de met stijlvolle cowboyhoed getooide Dave Rawlings te onderschatten. Hij mag ook een van zijn mooiste eigen nummers brengen (Dave Rawlings Machine's Ruby) en live blijkt pas goed hoe allesbepalend zijn inbreng is voor Welch' werk. Zijn bij vlagen verbluffende gitaarspel en arrangementen vol toonladders geven haar liedjes nog meer kleur dan ze van zichzelf al hebben. Zo steelt hij toch meerdere keren de show, met een minuten voortdurende solo in Revelator bijvoorbeeld, die ons nog lang heugen. Dat hoogtepunt in de set is gekoppeld aan een minstens zo fraaie, verstilde uitvoering van het nieuwe Down Along The Dixie Line en een speels Six White Horses, waarbij Welch zich ritmisch op de dijen slaat en een dansje doet. Het publiek is tegen die tijd allang euforisch; Rawlings en Welch lachen gelukzalig terug."Our feelings are mutual."

Dan is het mooiste nummer van het nieuwe album nog niet eens gespeeld: het onderkoelde Tennessee ("It's beefsteak when I'm working, whiskey when I'm dry") volgt in een van de twee toegiften, waarin ook plek is voor een luidkeels meegezongen traditional I'll Fly Away uit de film O Brother Where Art Thou, en als afsluiter krijgen we nog eens een zinderende uitvoering van Jefferson Airplane's White Rabbit voor de kiezen, waarin Welch nog eens bewijst ook fors te kunnen uithalen. Genade!

Na de Americana-plaat van het jaar zijn Gillian Welch en haar echtgenoot ook verantwoordelijk voor een van de mooiste concerten van 2011 met volop magische momenten. Dat ondanks die theater-achtige pauze halverwege die als de zaallichten voor een kwartiertje aanfloepen de magie even ruw verstoort. Maar een kniesoor die daar achteraf nog over zeurt...

Momentje, de reacties worden opgehaald...

Reageer
Je reageert op ..
Van




Inhoud