Verslag: Er is nog veel werk aan de winkel voor het Europese Pitchfork-festival
Achteraf was het in 2006 een volslagen voor de hand liggende stap voor leidend Amerikaanse muziekplatform Pitchfork: een gelijknamig festival organiseren in thuishaven Chicago. Met uiteraard tientallen bands op de affiche die het magazine ook hoog heeft zitten. Dat bleek een succes: het festival groeide de afgelopen jaren uit tot een driedaags evenement met 50.000 bezoekers. Kaartjes zijn tegenwoordig binnen een dag uitverkocht, wat niet vreemd is met de indrukwekkende line-ups vol ‘Pitchfork approved acts’.
In 2011 werd de tijd rijp geacht voor de eerste Europese variant van het Pitchfork-festival. Parijs is uitgekozen als residentie, La Grande Halle de la Villette (een oud slachthuis) aan de rand van het stadscentrum is de locatie geworden. Daniël Oostdijk was erbij en doet verslag van zijn bevindingen. Hoofdconclusie: los van enkele mooie optredens konden er een boel dingen beter...
Het is meteen duidelijk dat er vanuit Europa werd gesnakt naar een eigen Pitchfork-feestje, gezien de gemêleerde afkomst van het publiek: er zijn onder andere Britten, Ieren, Spanjaarden, Polen en een handvol Nederlanders aanwezig. Het tweedaagse festival met als headliners Bon Iver en Aphex Twin verkocht enkele weken van tevoren uit, maar uiteindelijk blijkt dat slechts het achterste gedeelte van de immense hal in gebruik is genomen.
Wat overblijft is een zaal die doet denken aan de Heineken Music Hall, ruim genoeg voor de verwachte 5.000 bezoekers. Buiten de zaal is genoeg ruimte om te roken, om eventueel het lawaai van een ongewenste band te ontvluchten of om gewoon even een luchtje te scheppen in de aanwezige loungestoelen. Het programmaboekje ziet er simpel uit; er is immers maar één podium. En daar treedt dan een eerste euvel op met de gewenning aan festivals met méérdere podia: je zit vast aan de band die op dat moment speelt, iets wat soms ronduit vervelend is.
De Canadese heren en dame van Fucked Up bijten voor ondergetekende het spits af op vrijdag. Zanger en notoire mafkees Damian 'Pink Eyes' Abraham gedraagt zich redelijk rustig vandaag. Waar hij op Lowlands het hele optreden lang door het publiek rende, iedereen knuffelde en op een gegeven moment zelfs bij de ingang van het festivalterrein liep, komt hij in de Grande Halle niet verder dan het uittrekken van zijn shirt. Jammer, want de poppy hardcorepunk van Fucked Up zelf is simpelweg te eentonig om een complete set te kunnen boeien.
Dan tapt Real Estate uit New Jersey uit een heel ander vaatje. De zwoele lo-fi indierock met kraakheldere gitaren weet de zaal wel te bekoren. Prijsnummers als It’s Real en Beach Comber worden zelfs zeer enthousiast ontvangen. Washed Out kwam in juli met zijn redelijk ingetogen debuut Within and Without. Zijn op plaat even weids als relaxed klinkende chillwave zet Ernest Greene live echter niet voort. Jawel, dansez-maintenant! Ofwel: er mag gedanst worden! En zo geschiedde: Washed Out trakteert Parijs op een ronduit opzwepende set die er bij het publiek ingaat als zoete koek.
Plotseling staat Engelse artpopband Wild Beasts daar als een soort verdwaald kindje tussen het elektrogeweld van later op de avond. Toch weten de Britse stemkunstenaars een heerlijke set neer te zetten. De dromerige pop klinkt live een stuk steviger dan op plaat: al wordt het theatrale aspect vooral bij nummers van tweede album Two Dancers niet vergeten. End Come to Soon, het sluitstuk van laatste album Smother, dient als afsluiter en krijgt zo spontaan een dubbele betekenis.
Want al om 22.00 uur is het uit met de pret voor liefhebbers van indierock- en pop; de dj-tafels worden neergezet. Na een tergend saaie set van Franse ambient-jock Mondkopf, is het tijd voor de headliner van vrijdagavond: Aphex Twin. Richard D. James begint tamelijk rustig. Ongemakkelijk rustig zelfs. Mensen kijken elkaar aan: 'gaat het nog los?' Ambient voert de boventoon in het eerste halfuur, maar meneer James schakelt net zo makkelijk over naar house en rave, om vervolgens af te sluiten met nietsontziende breakbeats en gabbercore. Tijdens de set blijkt lang niet iedereen zich voor het podium geschaard. Bij het maken van een rondje door de zaal blijkt het buiten en rond de bars opvallend druk te zijn. Vinden mensen de hoofdact toch iets te ontoegankelijk? Velen zullen wellicht zijn afgehaakt na het lastige begin. Duidelijk is dat Aphex Twin de liefhebbers van een afwisselend optreden heeft voorzien, maar je kunt je afvragen of hij de gelukkigste spot had op een festival als dit.
Na een weinig verheffend begin van minimal-act Pantha Du Prince, noemen we het een dag. Naast het festival nog een dag de toerist uithangen in een stad als Parijs gaat je immers niet in de koude kleren zitten: de benen zijn stuk. Na een dag Pitchfork-festival weet ik nog niet goed wat ik ervan moet denken. De sfeer is goed, ik heb al een aantal prima optredens gezien, maar er zijn dingen die knagen. Parijs is een dure stad, dat is bekend, en dat zet door op het festival. Voor een normaal biertje of frisdrankje betaal je vier euro, een halve liter kost je zeven euro. Schrijnender is echter het culinaire aanbod. Een hotdogkraam die ook bagels verkoopt: c'est tout. Op de website stond verder al duidelijk vermeld dat er geen re-entry mogelijk zou zijn. Binnen is binnen, buiten is buiten. Een vreemde, vervelende regel, want eten buiten de deur kan dus niet als je wilt blijven.
Op naar dag twee dan: de dag die Justin 'Bon iver' Vernon zelf heeft mogen cureren. De zaal is nog praktisch leeg als The Rosebuds het bal mogen openen. De band uit North Carolina speelt samen met Bon Iver in het collectief Gayngs, een andere reden voor het boeken is niet te bedenken. Het optreden van The Rosebuds is namelijk héél saai. Ze hadden zeker niet misstaan op de EO-Jongerendag. De alt. country/folk van Kathleen Edwards gaat er al een stuk beter in. De Canadese staat deze tour geregeld in het voorprogramma van Bon Iver, bijvoorbeeld tijdens het optreden in Vredenburg van vorige week. Zij brengt breekbare muziek en mooie teksten, waar bar weinig mis mee is. Stornoway kent twee voorname problemen: het geluid staat te zacht en de zanger heeft niet zo’n goede livestem. Het Oxfordse gezelschap komt uit het straatje van Mumford & Sons en Noah and the Whale, maar heeft in tegenstelling tot de twee genoemde bands de boot een beetje gemist. Hun indiefolk is dan ook net niet catchy genoeg.
Jens Lekman windt vervolgens met gemak de zaal om zijn vinger. De crooner-achtige singer-songwriter uit het Zweedse Goteborg bracht dit jaar een zeer leuke EP uit (An Argument With Myself), waarvan je zou willen dat het een volwaardig album was. Lekman heeft veelal humoristische teksten, maar maakt toch ook oprecht mooie liedjes. Dit zorgt voor een afwisselend optreden, met als hoogtepunt het nummer Waiting for Kirsten (Dunst), waar hij eerst praktisch de hele tekst beschrijft en het vervolgens zingt. Veel lachende gezichten, veel genietende mensen. Dat is bij landgenote Lykke Li wel anders. De mooie dame doet haar stinkende best contact te maken met het publiek, maar dit lukt nauwelijks. Mevrouw klinkt live een stuk minder opzwepend dan op plaat. Het optreden komt nooit echt los. De lauwe, bijna gedesillusioneerde reactie van het publiek spreekt hierbij boekdelen.
Naarmate de zaterdag vordert, voelt het voor mij in plaats van een volwaardige festivaldag steeds meer als een concert van Bon Iver, met maarliefst vijf voorprogramma’s. De belangstelling voor Justin Vernon's band is werkelijk overweldigend. Al ruim voor aanvang heeft nagenoeg iedereen zich voor het podium verzameld. Voor het eerst is het echt drúk. Na enige vertraging betreed de band dan het podium. Een oorverdovend kabaal volgt, iets wat alleen nog maar aansterkt als de eerste klanken van Perth door de zaal schallen. Vernon grijpt ons meteen bij de strot en laat niet meer los. Prijsnummers als Calgary en Skinny Love worden luid meegezongen. Het geluid is het hele optreden uitstekend. Tijdens Blood Bank wordt er een gitaarmuur neergezet waar bands als Mogwai jaloers op zouden zijn. Als toetje na een set van een uur krijgt het publiek twee toegiften voorgeschoteld. Er is een ingetogen versie van Flume, zelf nog even meezingen met Wolves (‘What might have been lost’), om er vervolgens uit te gaan met For Emma. De ster van Bon Iver is nog steeds rijzende. Een HMH-concert kan nooit lang op zich laten wachten.
En zo zit al om 22.15 uur de tweede en laatste Pitchfork-festivaldag erop. De bar is al een half uur gesloten. Mensen worden door de halsstarrige Franse beveiliging gesommeerd de zaal snel te verlaten. Deze en eerder genoemde klachten maken voor nu pijnlijk duidelijk dat er voor de Europese versie van het Pitchfork-festival nog veel werk aan de winkel is. Wil het uitgroeien tot een volwaardige equivalent van Chicago, dan is het raadzaam na te denken over een verandering van locatie, van datum en misschien zelfs van stad (prijstechnisch gezien). Deze conceptversie, want zo mogen we het toch wel noemen, kende een aantal sterke optredens, maar kan onmogelijk de boeken ingaan als een écht geslaagd festival.
Uiteraard heeft Pitchfork als organisator zelf foto's online, van zowel de vrijdag als de zaterdag.


Reacties
Paul10 | Maandag 31 Oktober 2011 16:44
Hmm, jammer van The Rosebuds, vind het laatste album (Loud Planes Fly Low) best wel prettig eigenlijk!
vonsolingen | Maandag 31 Oktober 2011 16:49
een van de verrrassingen van de vrijdavond was ook het optreden van iceage, erg goed, helaas voor een halflege zaal...
Kim | Donderdag 03 November 2011 22:01
Iceage had gecancelled.. Team Ghost speelde voor hen in de plaats!
Kevin | Maandag 07 November 2011 22:32
Inderdaad jammer van de prijzen, maar het was nog steeds een heerlijk festival. Ik ben benieuwd waar ze het volgend jaar gaan doen. Op zich is de locatie top, mooi geluid en makkelijk te bereiken met de metro.
Reageer op Verslag: Er is nog veel werk aan de winkel voor het Europese Pitchfork-festival