Bon Iver op onderzoek naar grootsheid in Utrecht
Archieffoto: Abby Bisschoff (CC)
Maanden na de release van tweede album Bon Iver, Bon Iver, een echt studioalbum waarmee Bon Iver moeiteloos de aandacht weet vast te houden, is de tijd eindelijk daar dat Justin Vernon en zijn uitgebreide band ons land aandoen voor een concert. Deze keer meteen in een zaal met een behoorlijke capaciteit: Vredenburg Leidsche Rijn. Het wordt echter heel snel duidelijk dat Bon Iver in deze vorm daar geen moeite mee heeft. Het concert zelf raakte ver van tevoren helemaal uitverkocht en Bon Iver heeft door groots uit te pakken werkelijk niets meer te maken met de band die zo'n vier jaar geleden uit dat blokhutje kwam rollen.
De keuze van Kathleen Edwards als voorprogramma, blijkbaar de keuze van Bon Iver-frontman Justin Vernon zelf, blijkt een weinig spannende te zijn. De aanvang van het optreden wordt onder gejuich ontvangen, maar dat lijkt meer te liggen aan onduidelijkheid bij het publiek of er een voorprogramma is.
De set van Edwards kabbelt langzaam voort, de liedjes liggen met loepzuivere zang prima in het gehoor, maar durven nergens echt de aandacht naar zich toe te trekken. Ondanks dat is het publiek toch redelijk stil tijdens het optreden, iets dat we de laatste tijd vaak wel anders hebben gezien in de concertzalen, en zelfs niet alleen bij voorprogramma’s.
Kathleen Edwards is een zangeres met af en toe wat countryneigingen in de stem, met een ietwat zuidelijk Amerikaans accent ondanks haar Canadese afkomst, soms haast smekende zang en veel in mineur gezongen nummers. Met twee begeleiders (twee gitaristen waarvan er een ook toetsen speelt) is het optreden een stuk soberder dan we later op de avond van Bon Iver zullen krijgen. Wat dat betreft is de band van Kathleen Edwards het enige dat nog doet denken aan Bon Iver anno 2008, maar dan zonder de door merg en been gaande liedjes.
Het échte gejuich schalt dan door Vredenburg als de bandleden van Bon Iver het podium opkomen. Zodra de eerste tonen van Perth worden ingezet, tevens de opener van het laatste album, is meteen duidelijk: deze band is flink geëvolueerd en heeft niets meer te maken het de folksetting uit de blokhut in Wisconsin. Vanavond gaat groots worden, bij vlagen zelfs hard.
Naast Justin Vernon staan acht mensen op het podium, waaronder enkele blazers (onder wie zelfs Canadees Colin Stetson met een imposante bassaxofoon, die na Vernon de meeste aandacht naar zich toe weet te trekken) en twee drummers. En met zijn allen voegen die inderdaad behoorlijk wat toe aan het livegeluid. Vanaf het moment dat de marsroffels halverwege Perth worden ingezet, is duidelijk wat Vernon bedoelde toen hij het nummer aankondigde als "a Civil War-sounding heavy metal song", toen de verhalen over het nieuwe album naar buiten kwamen. Marcherende drums die in tweevoud over extra kracht beschikken, rauwe en schurende saxofoons, veelkoppige koren en overstuurde gitaren (horen we daar tussendoor ook samples van inslaande bommen?) vallen helemaal op hun plek in deze gróte live-uitvoering.
Bon Iver is uitbundig, zeker aan het begin en einde van de set. Het zijn die momenten waarop lijkt alsof Bon Iver de hele wereld aankon. Of in ieder geval enkele van de grootst mogelijke mensenmassa’s. Het korte ‘hi’ van Vernon na de eerste twee nummers klinkt in relatie daarmee haast wat schuchter. Even leeft de hoop dat deze lijn stevig rockend de hele avond wordt doorgezet, maar daarvoor staan er op het repertoir gewoonweg te veel rustige, kleine liedjes. In het midden van de set klinkt daarom een lange passage met veel kleiner gehouden songs. De nadruk daarbij op het laatste album, waarbij opvalt dat de volgorde van Bon Iver, Bon Iver bijna helemaal intact wordt aangehouden, met tussendoor enkele liedjes van het debuut of de EP Blood Bank.
Vooral de oudere liedjes worden live flink uitgebouwd en een stuk steviger gespeeld, waarmee het optreden een forse portie dynamiek krijgt geïnjecteerd. Zo verandert Creature Fear live van gedaante in een bombastisch indierocker en krijgt het nummer een geheel nieuw hoogtepunt als einde, waarbij elk bandlid op het podium zijn laatste beetje adem in het nummer weet te leggen. Hier eist Colin Stetson een hoofdrol op, die de longen uit zijn lijf lijkt te blazen om zijn saxofoon haast gillende noten voort te laten brengen. Een kant van het nummer die we nog niet eerder hoorden. Blood Bank krijgt een soortgelijke behandeling, maar daarbij wordt minder het experiment opgezocht met een stevig stampend, recht doorgaande beat.
Met acht man op het podium klinkt Bon Iver vaak groots, maar de muziek blijft het over het algemeen levendig en organisch. Soms pakken nummers daardoor zelfs beter uit dan op plaat, iets minder klinisch dan het zorgvuldig bouwen aan een liedje in de studio soms kan opleveren. Naast Perth is het bijvoorbeeld ook Towers dat live beter uit de verf komt. Een nummer over ‘all sorts of celebrations’, dat live inderdaad feestelijker klinkt dan op het album, met het honky tonk-ritme dat vrolijk hupsend door de beide drummers wordt voortgebracht
Als aan het einde dan het yachtrock-adorerende Beth/Rest wordt gespeeld, met diepe synthbassen en hard galmende, bijna rondzingende snaredrums, wordt het houten hutje definitief omver geblazen. Zo wordt duidelijk hoe prettig Justin Vernon zich erbij voelt om alle aandacht in ontvangst te nemen: lampen achter de zanger worden aangestuurd door zijn zang, hier zien we iets van de showman die je haast kunt rijmen met Kanye West, waarmee hij eerder samenwerkte. In Skinny Love, afsluiter van de reguliere set, wordt Vernon vervolgens nog eens ondersteund door zijn bandleden dat als een klein leger achter hem op het podium plaats neemt voor achtergrondzang.
Justin Vernon en zijn bandleden lijken er vanavond plezier aan te beleven om te onderzoeken hoe groots ze hun muziek kunnen maken, zonder daarbij onpersoonlijk of afstandelijk over te komen. Het zorgt voor een indrukwekkende live-ervaring, waarbij het niet moeilijk is voor te stellen dat Bon Iver anno 2011 er best nog een paar tandjes op zou kunnen gooien. Met Vernon, toch vooral afkomstig uit indiekringen, die zelf aftast hoe ver hij het kan schoppen. Het is hem van harte gegund.


