Short Kicks: albumreviews van Ryan Adams, Active Child, Dan Mangan en Gauntlet Hair
Omdat het bespreken van de interessantste nieuwe platen van het moment niet altijd in 600 woorden of meer hoeft, introduceert Kicking the Habit vanaf dit drukke releasenajaar meer recensies in het kort; Short Kicks! U heeft immers ook niet de hele dag de tijd. En wij al helemaal niet. Deze week in Short Kicks: recensies van de nieuwe albums van Ryan Adams, Active Child, Dan Mangan en Gauntlet Hair.
Ryan Adams – Ashes & Fire
Zelfs al leverde Ryan Adams de laatste jaren een hele reeks wisselvallige platen af - met of zonder de begeleiding van The Cardinals - en kregen we zelfs stompzinnig metalalbum Orion voor de kiezen, de wispelturige man behoudt vanwege vele prachtsongs in zijn oeuvre en zijn grote productiviteit een solide status in de Americana-hoek. En nu weet hij met perfecte (herfst)timing tóch weer te verrassen met de veelal ingetogen liedjes van zijn nieuwe plaat Ashes & Fire, waarmee hij bij vlagen zowaar het niveau benadert van debuut Heartbreaker (’00) en naargeestig meesterstuk Love Is Hell (’03). Zo diep en donker als op die laatstgenoemde dubbel-EP gaat Adams hier nu ook weer niet, maar Ashes & Fire loopt wel over van die langzame, akoestisch getoonzette Americana.
De liedjes hebben weliswaar een warme gloed, maar toch vallen er ook continu dikke spatten regen. Uiteraard in stemmige opener Dirty Rain die direct de aangenaam herfstige toon zet, maar ook in mooie tearjerkers als Come Home, Invisible Riverside en Kindness, door Adams ingetogen gezongen met de snikjes in de stem op de welgemikte plaatsen en op de achtergrond zachte doch sfeerbepalende orgel- en pianostukjes. Voor uitbundigheid is nauwelijks ruimte, of het moet in het titelnummer zijn, een zeer herkenbaar aandoend walsje om in een donkere bar op mee te deinen, en in het lichtere, met strijkers overgoten Chains Of Love.
En met als je denkt er op deze fraaie collectie liedjes ondanks het hoge niveau toch geen werkelijk hartverscheurend hoogtepunt staat. zorgt zeer gevoelige pianoballade I Love You But I Don’t Know What To Say alsnog voor een brokje in de keel. Welkom terug, Ryan Adams. En dank voor het op deze manier definitief inluiden van de herfst. (JR)
Active Child - You Are All I See
Als mijn ouders vroeger hadden gevraagd of ik bij het kerkkoor zou willen, had ik daar nooit ‘ja’ op gezegd. Maar bij het beluisteren van het debuut van Active Child, het eenmansproject van Pat Grossi uit Los Angeles, zou ik daar dan nu onherroepelijk spijt van hebben gehad. Vorig jaar debuteerde Grossi met zijn Curtis Lane EP, dat in de blogwereld al veelvuldig werd bejubeld. Niet vreemd: het was een intrigerend debuut van een jonge, opkomende en eigenzinnige muzikant, vroeger zanger in een kerkkoor, die in zijn eentje vanuit zijn slaapkamer meteen een geheel eigen geluid wist voort te brengen. Het was een opmaat naar You Are All I See, waarop Grossi probeert de spanningsboog vast te houden op de eerste volledig album.
En daar slaagt hij uitermate goed in: op You Are All I See gaat Grossi van pastorale popsongs (You Are All I See), naar mysterieuze elektronica (High Priestess, Way Too Fast) en post-R&B (zoals op Playing House, bijgestaan door How to Dress Well), alles even overtuigend gebracht dankzij Grossi’s bijzondere stem. Juist door de combinatie van oudere elementen: met die kerkelijk aandoende zang en het harpspel met hedendaagse elektronica en samples weet Grossi een imposant geluid te creëren, dat opvallend modern klinkt en geen uiterste houdbaarheidsdatum heeft. Een prachtig bewijs van waar één persoon met eigen smoel vanuit de slaapkamer toe in staat is. In zijn bio schrijft Grossi: “The last two years have been nothing short of enriching.” Dezelfde verrijking ervaart de luisteraar op You Are All I See. (BS)
Active Child - You Are All I See (Preview)
Dan Mangan – Oh Fortune
Het is moeilijk niét te houden van een stem als die van Dan Mangan uit het Canadese Vancouver. Eerlijk en bevlogen klinkend en met een schor, rauw randje à la Glen Hansard of zelfs Marcus Mumford. Maar ook weer niet té rauw, wel geschikt om vele harten mee te stelen. De 28-jarige Mangan valt echter niet zozeer op vanwege zijn stem of zangkwaliteiten, maar wél vanwege zijn fantastische liedjes, zo bewijst hij nu pas echt goed op zijn nieuwe album Oh Fortune.
Mangan is geen man alleen met gitaar, maar speelde zijn vorige album Nice, Nice, Very Nice al in met een band en hier en daar wat strijkers en blazers. Voor Oh Fortune heeft hij alle registers opengetrokken als het gaat om het arrangeren van zijn songs: alleen al de oerromantische opener About As Helpful As You Can Be Without Being Any Help At All – een walsje – wordt hoog opgetild door een even ontroerend als zwierig strijkersarrangement. “I was thrown in the boat, cast out to sea, friendly with waves. There were sharks below hungry for meat, so I dangled my legs.”
Die boottocht is de start van een zeer gevarieerde reis door Mangan’s muzikale universum, waarin plek is voor springerige indierock met priegelgitaren (Post War Blues), een enkel shoegazetapijt (het mysterieuze How Darwinian), donkerder ballades (If I Am Dead, het nachtelijke Daffodil) of een gepassionneerde rocker met grommende gitaren (Rows of Houses). Een grote finale met exotische blazers tilt het mee slepende Starts With Them, Ends With Us naar enorme hoogten, terwijl slotstuk Jeopardy mooi aangekleed met jazzy blazers nog een keer voor een brokje in de keel mogen zorgen. Oh Fortune is zeer ambitieus, maar Mangan struikelt geen seconde en weet van begin tot eind te boeien en te raken. Dit album moet wel tot zijn doorbraak leiden. (JR)
Gauntlet Hair - Gauntlet Hair
Gauntlet Hair heeft zo’n beetje alles dat een jonge indie- en noisepopband zich kan wensen: twee singles uit op hippe labels (Forest Family, Mexican Summer) die aardig wat aandacht kregen op de Pitchfork-achtigen van deze wereld, en nu een debuut uit op het Dead Oceans-label, waar onder andere ook Bowerbirds, Destroyer, Dirty Projectors en The Tallest Man on Earth zijn ondergebracht. De band combineert op het zelfgetiteld debuut noisy gitaren en overstuurde elektronische drums met aanstekelijke zangmelodieën. Aangedikt met flinke galm, alsof de opnames direct opgetrokken zijn uit de garage. Een band die kortom perfect past in het huidige indietijdsbeeld past.
Daar duikt dan wel meteen een nadeel op: de originaliteitsprijs zal Gauntlet Hair niet snel krijgen. Vergelijkingen met bands als No Age, Young Prisms, Animal Collective of Tom Vek zijn snel getrokken. Gelukkig weet de band een aantal sterke songs af te leveren op dit debuut, zoals Keep Time, Top Bunk, My Christ en That’s Your Call. Op de tweede helft van het album begint het echter allemaal te veel op elkaar te lijken, en heeft de band moeite om het tempo hoog te houden. Een vermakelijk debuut, zeker voor de liefhebber van lo-fi indiepop, maar iets zegt ons dat de tweede plaat zomaar eens de echte klapper zou kunnen worden. (BS)



