Verslag: Zes uur in de rij voor Prince. De Man.
Misschien dat het hele circus rond lange rijen, uren wachten en de contant af te tikken honderd euro voor de verrassingsconcerten van Prince in de Melkweg nog wel meer reuring veroorzaakten dan de shows zelf? Zij die er bij waren, onder wie veel die hard-fans, vonden het in elk geval prachtig. Iets minder die hard, maar daarom nog wel zo blij 'als een kleuter op de dag voor zijn verjaardag', is Rouke van der Hoek. Stuiterend van de spanning ondernam hij maandagmiddag de flinke treinreis van Groningen naar Amsterdam en schreef zijn avontuur op.
“Gast, ik hoor net dat Prince vanavond een verrassingsconcert in Amsterdam geeft!”
Het is zondagavond. Het is kwart over tien. Ik ben in Groningen. Kut.
Na een half uur ben ik over mijn eerste teleurstelling heen en wend ik mij weer tot het tv-scherm. Aan de andere kant van de tafel blijft het nog iets langer onrustig, maar wordt ook de handdoek in de ring geworpen. Het frustrerende is dat we drie uur daarvoor nog op Utrecht Centraal stonden en dat we de avond daarvoor nog een gesprek hadden gehad over hoe vet het wel niet zou zijn om Prince te zien in een kleiner zaaltje, ik noem een Melkweg.
Als ergens rond half vier ’s nachts op Twitter het bericht verschijnt dat Prince de volgende dag weer een optreden zal geven in de Melkweg, zijn verschillende kroeggangers getuige van een aantal spontane high five’s. Ik lazer en passant nog even een trap af alvorens ik mijn bed opzoek.
De volgende dag zit ik met een pijnlijke enkel, honderd geleende eurootjes en een iPod vol met Prince nummers in de trein van Groningen naar Amsterdam. Normaliter ben ik niet echt vatbaar voor stress en spanning. Studieschuld, economische crisis, dreigende werkloosheid, het zal allemaal wel. Een kapotte bovenleiding bij Nunspeet, die ervoor zorgt dat we vijftien minuten vertraging hebben? Hartkloppingen.
Als we rond een uur of vijf met angst voor De Rij het Leidseplein opkomen, verwachten we hordes mensen die staan te dringen om zo ver mogelijk vooraan te staan. Een angst die volledig ongegrond blijkt. Er staat nog geen 200 man. Van dringen is ook geen sprake. Iedereen zit rustig met een biertje of een flesje wijn gezellig wat met elkaar te kletsen. Zes uur in de rij staan; het klinkt mij in de oren als een hel, maar tot mijn eigen verbazing moet ik constateren dat ik het eigenlijk heel erg gezellig vind. Ik ben een van de jongste mensen in dit gedeelte van de rij, wat goed uitkomt, want ik voel me de hele dag al een kleuter op de dag voor zijn verjaardag.
De meeste mensen die op deze verrassingsconcerten afkomen, kun je toch wel tot de harde kern Prince-fans rekenen. De meeste zijn de dag ervoor ook al geweest, of gaan de volgende dag in Ahoy’ nog een keer. Veel van de mensen die ik spreek, zitten al in de dubbele rode cijfers. Met mijn twee keer (vanavond meegerekend) sla ik eigenlijk een modderfiguur.
Om half elf gaan dan de deuren open en zijn we echt, écht binnen. Iets wat ik dan nog een prestatie van formaat vind. Later zou blijken dat iedereen in de rij naar binnen kon en er nog kaartjes over waren. Snel worden de laatste biertjes ingeslagen en kiezen we positie.
Rond een uur of een is hij daar dan: Prince! Prince, de man waarvoor honderden mensen uren in de rij staan te wachten. Prince, de man die het kan maken om een nummer te stoppen om even de zonnebril op te zetten. Prince, de man die pasjes maakt waarvoor je in sommige landen opgepakt kan worden. Prince, de man die in tweeënhalf uur praktisch geen grote hits speelt, al komen onder meer Kiss en Controversy voorbij. Prince, de man die mij op een dikke enkel laat dansen. Prince, de man die mijn failliet betekent.
Prince, De Man.
