Review: Panda Bear - Tomboy
Met Animal Collective de afgelopen tijd in relatieve, doch binnenkort eindigende ruste (nieuwe tournee dit voorjaar, nieuwe plaat in de maak), had kernlid Noah 'Panda Bear' Lennox het afgelopen jaar alle tijd om in een nieuwe soloplaat in elkaar te sleutelen. Met Person Pitch bewees hij vier jaar geleden ook zonder zijn Animal Collective-collegae bijzonder avontuurlijke, maar bovenal zeer mooie muziek te kunnen maken. Die plaat bevatte experimentele, maar altijd melodieuze nummers, met nog altijd aan de Beach Boys schatplichtige zang en harmonieën en volop vreemde vondsten die de oren doen spitsen.
Die ingrediënten zijn er op zijn nieuwe soloplaat Tomboy nog steeds, met het verschil dat Panda Bear enigszins de lijn van zijn band heeft gevolgd, in de zin dat Tomboy dankzij veel mooie, helder klinkende melodieën een stuk toegankelijker is uitgepakt. Lennox zoekt dit keer weliswaar minder de grenzen van het experiment op – zoals Animal Collective op Merriweather Post Pavillion ook meer op zoek ging naar het liedje –, maar daar krijg je een heleboel schoonheid met een vreemd-dromerig randje voor terug.
Bij het horen van Tomboy wordt bovendien duidelijk hoe bepalend de rol van Panda Bear moet zijn geweest bij dat groter en melodieuzer klinkende Merriweather Post Pavilion. Je zou kunnen zeggen dat deze plaat als een – iets uitgekleder – vervolg hierop klinkt, waarbij Lennox het voor elkaar heeft gekregen een hele reeks heerlijk warme klanken en details heeft getoverd uit zijn samplers, synths en een enkele gitaar, wat ervoor zorgt dat Tomboy van begin tot eind simpelweg wondermooi klinkt.
En dan steken ook de meeste nummers nog eens buitengewoon sterk in elkaar; liedjes waarin allerlei kanten op bewegende, meerstemmige vocalen van Panda Bear constant de leiding nemen en zo een verslavende werking hebben. Zo is bondige opener You Can Count On Me vanaf de eerste tellen raak en zijn eerder als singles gereleaste nummers als Tomboy – geleid door galmende gitaarakkoorden – en het luchtige Last Night At The Jetty (dat klinkt alsof het onder water is opgenomen) hoogtepunten in de eerste helft. Of anders wel de onregelmatige hiphopbeat van Slow Motion.
Iets meer geduld van de luisteraar vraagt Panda Bear in moeilijker, ritmeloze stukken als Drone – met inderdaad elektronische drones als basis – en het wel heel stille Scheherazade. Daar staan in de tweede helft prachtige, meer uitgesponnen tracks tegenover, met als hoogtepunt de zeven hypnotiserende minuten van Afterburner. Met een tribal-achtige ‘four to the floor’-beat legt Panda Bear een basis voor een van zijn bijna elastische zangmelodieën, om er daarna laag voor laag geluiden aan toe te voegen. Het is gek genoeg even spannend als rustgevend.
Animal Collective mag dan ook weer met nieuw werk bezig zijn – verse nummers werden vorige week al op Coachella gespeeld –, maar met deze inkijk in Panda Bear’s eigen wonderlijke wereldje kunnen we nog minstens een hele zomer vooruit. Tomboy biedt de perfecte balans tussen niet te moeilijk avontuur, gelukzalige pop en een alternatief geluid voor de zomer.
Hoewel Panda Bear live niet de beste zanger is en je de haarfijne harmonieën mist: Tomboy live op het Pitchfork Festival 2010:
http://www.youtube.com/watch?v=eF98eH5CWiE


