concertverslag

London Calling, dag 2: Warpaint en Tame Impala zegevieren

Joris, Maandag 15 11 2010, 16:16

London Calling, dag 2: Warpaint en Tame Impala zegevieren

Dat de eerste London Calling-avond niet heel opzienbarend zou worden, was al en beetje voorzien. Het geld was dan ook gezet op de zaterdagavond, met opvallend veel Amerikaanse bands op de affiche, plus de Australische ontdekking van dit jaar. Voordat hoge verwachtingen worden beproefd, is daar eerst de binnenkomer voor ondergetekende: Good Shoes uit Londen, een band die nota bene eerder op London Calling stond, maar waar we kort over kunnen zijn: niet onaardige midtempo gitaarliedjes zonder verrassingen en gebracht zonder pit, met een ‘cheers’ van de zanger als bedankje van ieder liedje. Niet vervelend, maar ook niet opzienbarend, in het ergste geval slaat de titel voor het eigen jongste album – No Hope, No Future – op de carrière van de band zelf. Alleen bij het punky The Way My Heart Beats veert de boel even op.

Een verrassing is er meteen hierna in de kleine bovenzaal, in de vorm van Londens duo Summer Camp. Of beter gezegd: in de persoon-met-goede-uitstraling van zangeres Elizabeth Sankey, die nog verdraaid goed blijkt te kunnen zingen ook. Met enkele ferme uithalen in een eerste schetsmatig liedje snoert ze instant een boel monden. Schetsmatig, zo blijken helaas de meeste elektropopperige liedjes nog te zijn. Met enkele mooie, zelfs hitgevoelige momenten, maar nog ruw, niet af. En je vraagt je onwillekeurig af of Sankey niet meer zou kunnen schitteren in een volwaardige band in plaats van slechts naast een nerderige knoppendraaier. Zit meer in, toch in de gaten houden.

Ook in het optreden van buzzbandje Yuck (fotootje boven) zit misschien nog veel meer dan we nu in Paradiso zagen, - met termen als bezieling, energie of felheid of je niet bij dit stilstaande kwartet aan te komen -, maar met de collectie songs zit het al helemaal snor. Dit in tegenstelling van The Futureheads of We Are Scientists een avond eerder, die het puur van strak beuken, joligheid en een feestje bouwen moeten hebben. Goede liedjes duren uiteindelijk toch het langst, en Yuck bedient ons op de wenken met lome en slacker-achtige gitaarrock, die lichtjes refereert aan Amerikaanse bands als Dinosaur Jr. en Pavement. Pakkende hooks genoeg onder de fuzzy gitaren en uit de bocht vliegende solo’s zijn er ook zat. De heerlijk tergend langzaam doordreinende finale met fors lawaai-einde belooft nog meer voor de toekomst. Yuck is lekker, en extra bonuspunten voor het afro-kapsel van de drummer.

Ook Denen zijn welkom op London Calling, al had The Rumour Said Fire uit Kopenhagen het feestje bijna niet gehaald. Naar verluidt werd de te zwaar beladen bus van de band aan de kant gezet. Net op tijd zijn ze in de kleine zaal voor een optreden met sympathieke, heel aardige folkpop met enkele sterke liedjes. Dat hoorden we eerder dit jaar ook al op Roskilde in het thuisland, met het verschil dat The Rumour Said Fire daar voor 10.000 man speelden, die allemaal meezongen met goeie hit The Balcony. Of het ook in Nederland echt wat wordt met deze Denen? Daar zijn misschien airplay van die single en een nieuwe handvol minder gehaaste shows voor nodig.

De grote zaal is intussen in hoge afwachting van vier mysterieuze dames uit Los Angeles die tesamen luisteren naar de naam Warpaint, op papier een mogelijk hoogtepunt van dit weekend. En jawel hoor, vanaf de opkomst van de all girl-indieband en de eerste noten en verrassend harde drumklappen, weet je eigenlijk al dat het helemaal goed zit met Warpaint. Direct hoor je dat het kwartet vergeleken met de andere 24 acts op de affiche een veel eigener geluid heeft, met die kamerbreed uitwaaiende, wat donkere galmgitaren en bitterzoete meisjeszang. Mag debuut The Fool nog als een behoorlijk ingetogen plaat aandoen, live klinkt alles dankzij een zelfverzekerd en strak doormeppende drumster steviger en directer. Dat gaat gelukkig geen seconde ten koste van de schoonheid van ingenieuze liedjes als Undertow, Composure (die rare tempowisseling is al gesneden koek voor de band) en het stevig doorpakkende Elephants. Voor de oudere kampvuurballade Billie Holiday, waarmee Warpaint voor het eerst in de VS opviel, is in dit verrassend intense optreden geen plek. Uiteraard gaan de dames stijlvol gekleed zodat er zeker voor het mannelijk deel van het publiek ook genoeg is om naar te kijken. Dan zou je alleen nog kunnen aantekenen dat de samenzang van de gitaristes live nog scherper zou kunnen. Dus is er gelukkig nog ruimte voor verbetering, maar nu al was dit helemaal geweldig. Hoogtepunt van het weekend, gaan we vast veel terugzien in 2011. Of komt er zo nog iets beters?

Eerst is er nog het eveneens Amerikaanse Beach Fossils, dat in de bovenzaal verrast door de liedjes van zijn mooie, maar wat droge, lofi opgenomen surfpopplaat stukken feller en levendiger voor de dag te brengen. Pakkende liedjes met deze extra dosis energie worden zo beloond met een gezonde moshpit vooraan. Je vraagt je wel even onwillekeurig af hoe goed dat Beach Fossils-debuut was geworden, als de songs ook op plaat deze vaart en bezieling hadden meegekregen. Verder: klasse! Gaan we zeker terugzien.

Dat geldt ook al voor Tame Impala, helemaal uit het Australische Perth, voor wie London Calling de laatste halte is van een Europese tournee. Op Lowlands smaakte de dik psychedelische, Beatle-esque pop van prachtdebuut Innerspeaker al naar veel meer, maar in de volle, grote Paradiso-zaal – waar de band zichtbaar gelukkig in rondkijkt – blijkt het nog net een tandje beter te kunnen. Evenals bij Warpaint wéér door een drummer die met effectief slagwerk liedjes en uitgesponnen zweefjams naar een hoger plan tilt met hulp van een goede (pluk)bassist, terwijl de ijle zang van frontman Kevin Parker over de grooves en zijn talrijke gitaareffecten heengalmt. Uiteindelijk passen er in veertig minuten maar een nummer of zes, inclusief wederom die opmerkelijke cover van Blue Boy’s Remember Me, tien minuten lang Desire Be Desire Go, waarbij de voorste rijen het nota bene op een springen zetten, en een zalig zompige discorockjam aan het einde.

Indrukwekkend, maar het wordt nu vooral eens tijd dat Tame Impala na twee festivalsets een eigen show van minstens vijf kwartier geeft in Nederland. Om te zien hoe liedjes, zo’n cover en langere jams dan in elkaar passen. Dan is er misschien ook tijd om topnummers als Lucidity en Runway Houses City Clouds te spelen, al klagen we niet met andere ‘beste liedjes van de plaat’, zoals opener It Is Not Meant To Be en Solitude Is Bliss. Voor nu is Tame Impala weer heel imponerend; heel fijn dat deze Australiërs zijn komen bovendrijven, want dat is natuurlijk geen vanzelfsprekendheid. Ontdekking van het jaar derhalve, met het debuut van het jaar.

Na zo’n topoptreden maakt het je misschien niet eens meer uit wat er nog aan onbekends in de kleine zaal speelt, maar opeens grijpt het gemene The Neat – voor de verandering gewoon uit Engeland – je ferm bij de ballen. Gezellige pretliedjes à la Frankie & The Heartstrings zijn lollig hoor, maar nog liever heeft het publiek rauwe postpunksongs. Fel, opgefokt en zéér gedreven gespeeld; agressief, maar op het eerste gehoor ook catchy. De zanger gooit zich met liefde in de pit vooraan. Uiteraard, dit is vaker gedaan, maar deze eerste kennismaking met The Neat was een heel goeie. Meer opgefokte punkrock is er dan nog in de grote zaal, met het Amerikaanse Wavves. Nathan Williams en zijn begeleiders staken volgens de verhalen om half zeven ’s avonds al de eerste joint op; als dat maar goed gaat dus... Na een nog kalm begin, waarbij gerust wat tergend lange muziekloze minuten mogen zitten tussen garage-punk ’n roll-krakers King of the Beach en Idiot om een vers jointje door te geven, staat het trio na een kwartier eindelijk alsnog redelijk op scherp met een reeks lekker nihilistische en bruut harde liedjes. De stagedivers laten zich hooguit wel heel voorzichtig in het publiek vallen terwijl Williams ‘I’m so boooorreedd’ sneert. Voor een echt gemeen optreden à la The Neat heeft ook Williams, onrustig plukkend aan zijn gitaarsnoer, het net even te gezellig. Maar goed en lekker luid is het wel.

Afdansen dan maar? Jawel, met het New Yorkse duo The Hundred In The Hands in de kleine zaal. Jason Friedman en Eleanore Everdell kwamen eerder dit jaar nog niet helemaal goed voor de dag op festival De Affaire door te zacht geluid, maar nu beukt en pompt de elektropop annex met lawaaigitaar opgesierde disco lekker weg, zeker op dit tijdstip van half twee ’s nachts, waarvoor deze muziek bedoeld is. Dan zou Everdell nog wat pittiger mogen zingen om een set van dit duo helemaal af te maken, maar een kniesoor die daar na zo’n lange, erg sterke tweede London Calling-avond nog op let.

Een voorspelbaar verloop van het festival misschien, met gehoopte hoogtepunten die ook alle verwachtingen zelfs overtroffen hebben, maar de teleurstelling van de vrijdagavond is op deze manier alweer zo goed als vergeten. Als London Calling voortaan niet meer zozeer de verzamelnaam is voor een festival met uiteindelijk te veel matige Britse bandjes, maar ook voor nieuwe, spraakmakende acts uit andere werelddelen, dan kan dit Paradiso-festival nog heel lang mee.

Voor wie niet kan wachten: de volgende aflevering van London Calling is op 21 en 22 mei. De voorverkoop begint al komende maandag 15 november.

, , , , , , , , , , ,

Momentje, de reacties worden opgehaald...

Reageer
Je reageert op ..
Van




Inhoud